Fietsverhaal 1: Er zijn vele manieren om te fietsen

 

 

Al weken probeer ik weer te starten met fietsen. Wat zeg ik, … weken? Maanden. Heel veel maanden. Om eerlijk te zijn: ik heb een fiets, maar fiets niet zoveel. Een racefiets van het merk Specialized. Weliswaar een fiets met een recht stuur, dat is waar, maar verder heeft mijn fiets alle kenmerken van een racefiets. En die prachtige fiets met zijn matzwarte frame hangt aan een stevige haak aan de muur van het opberghok in mijn huis. Hij hangt daar geduldig te wachten, tot ik met hem op pad ga (het is een ‘hij’, want het is een herenfiets). 

 

Zo af en toe haal ik mijn fiets van de haak, trek mijn fietsbroek, fietsshirt en fietsschoenen aan, vul een bidon, pomp de banden op, zoek de zonnebril die qua pasvorm matcht met mijn fietshelm, zet de helm op, worstel met de vraag wat mee te nemen (geld, bankpas, bandenplak, mueslireep, extra jasje of niet) en op welke manier, kijk op de kaart, zet Strava op mijn iPhone aan en fiets een eindje. Zes weken geleden ging het ook zo. Ik was een uur bezig voordat ik klaar was voor vertrek. En toen ik buiten stond, in vol ornaat, had de mooie blauwe lucht plaatsgemaakt voor een gitzwarte hemel. Felle regen en onweer verjoegen me na 10 minuten fietsen weer naar huis. Teleurgesteld maakte ik buiten de fiets schoon, hing hem weer aan zijn haak, gooide mijn fietspakje in de wasmand, dronk de bidon leeg, legde de mueslireep terug in de kast en sprong onder de douche. Einde oefening.

 

Tijdens het fietsen koos ik mijn afslagen op goed geluk.

 

In de weken daarna wijdde ik me weer aan wandelen en hardlopen. Dat deed ik beide graag, en was veel minder ingewikkeld, laagdrempeliger, vergde minder voorbereiding, en minder nazorg. Afgelopen week verliep het onverwacht heel anders. Ik kwam in de loop van de middag terug van een congres, had de hele dag binnen doorgebracht terwijl het prachtig zomers weer was. Thuisgekomen besloot ik spontaan mijn fiets van de haak te halen, ik deed een fietsbroek aan, zette mijn helm op, stopte snel wat spullen in een rugzakje en binnen 10 minuten zat ik op de fiets.
Vanuit mijn huis in het zuiden van het land kan ik alle kanten op; oostwaarts het Limburgse heuvelland in, zuidwaarts richting Visé en omstreken in België, oostwaarts de Haspengouw in, maar ik besloot voor de makkelijke weg te kiezen: noordwaarts, langs de kanalen. Dat is niet het mooiste stuk in deze omgeving, maar kanalen zijn plat, dus voor een ongeoefende fietser beter te behapstukken. Ik keek niet op de kaart of google maps, maar fietste op gevoel, eerst langs het Albert-kanaal, vervolgens langs het kanaal Briegden-Neerharen, waar ik linksaf een brug nam richting Lanaken, het Pietersembos doorkruiste en via een lus weer bij het Albertkanaal terecht kwam. Die route en de namen die daarbij horen, werd pas helder toen ik ‘s avonds de kaart bestudeerde. Want tijdens het fietsen koos ik mijn afslagen op goed geluk. Onderweg pauzeerde ik, liggend in een groen veld vol gele bloemen, met mijn proviand, een fles water en een banaan. Na twee uur was ik weer thuis. Ik had 35 kilometer afgelegd.

 

Meerdere dagen achter elkaar op deze manier fietsen, dat zou geweldig zijn.

 

Ik had een fantastische middag. Waar lag dat aan, vroeg ik me die namiddag af. Eigenlijk was het simpel: de voorbereiding was minimaal, maar veel belangrijker: ik had mezelf niet opgelegd zo hard mogelijk te fietsen, en had geen druk gevoeld om een bepaalde afstand af te leggen. Vreemd eigenlijk, ik had fietsen altijd geassocieerd met zo hard mogelijk proberen te gaan. En nu was ik gewoon een stukje gaan fietsen. Heel eenvoudig. Ik was zo enthousiast over het gevoel dat me was overkomen, dat ik ‘s avonds meteen grootste plannen kreeg. Meerdere dagen achter elkaar op deze manier fietsen, dat zou geweldig zijn. Onderweg op een terras gaan zitten, einde van een middag een hotel zoeken en zo min mogelijk spullen meenemen. Die avond heb ik doorgebracht met het bestuderen van websites over het fenomeen lange-afstands-fietsen, de ideale bepakking daarbij, lichtgewicht tentjes etc.
Ja inderdaad, ik liep veel te hard van stapel (ik had tenslotte maar één middag met een blij gevoel een klein rondje gefietst) maar er leek iets in mij te zijn aangewakkerd. Tegelijkertijd was het niet nieuw. Buiten zijn, bewegen en de omgeving verkennen, daarvan weet ik al heel lang dat ik er blij van word. Dat is de reden dat ik al vele lange wandeltochten heb gemaakt met een rugzak. Maar het grote verschil met een fiets is dat je actieradius veel groter is dan bij het wandelen. Dat biedt perspectief! Na het lezen van de eerste 40 pagina’s van Anne Mustoe’s A Bike Ride: 12.000 Miles Around the World viel ik gelukzalig in slaap.

 

(Wordt vast vervolgd).

 

Meer België

 

Reis verder…