Proeven van de West-Kaap

– Gastblog van Mariska Kastelic –

Het begin van de Nederlandse winter leek mij een geschikte periode om te proeven van de Afrikaanse zomer. Eén van de leden van de vrouwenclub in Nederland waar ik lid van ben, had ons uitgenodigd om de West-Kaap van Zuid-Afrika te bezoeken. Zij woont daar een deel van het jaar en heeft een vol en gevarieerd programma voor ons samengesteld in en om Kaapstad. We gaan prachtige landgoederen zien, met de fiets langs wijngaarden trekken, kennismaken met een lokale vrouwenclub, en de Britse journalist Peter Hawthorne spreken over de grote momenten in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Ook een bezoek aan Robbeneiland, verschillende krottenwijken en de Tafelberg zitten in het programma, dat uiteindelijk wordt afgesloten met – hoe kan het anders – een safari.  

 

De West-Kaap kent enkele prachtige landgoederen. Ze liggen rond boerderijen uit het begin van de 18eeuw die helemaal zijn opgeknapt. De nieuw aangelegde tuinen zijn een bezoek meer dan waard. Gids Tessa leidt ons rond op Babylonstoren, langs de verschillende vakken met verschillende thema’s: een steenvruchtensectie met perzikpitten op de grond, de karoo met schelpen, vakken met citrusbomen, en vele cactussen. We proeven Elephant’s-foot (gezond!), wrijven door Confetti-bush (zeep!) en genieten even languit op het kamillegazon. Minstens even indrukwekkend zijn de tuinen van Vergelegen bij Somerset West. Daar staan nog enkele kamferbomen en een moerbei van 300 jaar oud. Een picknick in het kamferbos (stekjes van de oude bomen) is één van de attracties. Het is een prachtige plek. Ook zonder de luxe hapjes en koele wijn van Vergelegen.

 

Stellenbosch dankt haar naam aan de kolonist Simon van der Stel. De stad wordt ook wel Eikestad genoemd. Dat komt ook door Van der Stel. Hij heeft er eiken geïntroduceerd, die prachtig staan langs de statige lanen van Stellenbosch. De diplomatenzoon vestigde zich in 1679 in de vruchtbare vallei bij de Eersterivier. Een jaar later kwamen de eerste gezinnen er wonen. Tegenwoordig is de stad vooral bekend vanwege de wijn en de universiteit. “Al sinds het ontstaan van Stellenbosch is er onderwijs te vinden in de stad”, vertelt gids Petrus die ons een rondleiding geeft op het universiteitsterrein. “De eerste school was een meisjesschool, gesticht door Duitse missionarissen. Later kwam er een kweekschool voor theologie. Dit vak wordt nog steeds gedoceerd.” In het logo van de universiteit zie ik eikenblaadjes verwerkt.

 

Rondom Stellenbosch en Franschhoek liggen honderden wijngaarden. Je kunt bijna overal wijn proeven en dat doen we dan ook regelmatig. Onder andere via een Wine & Bike: op een mountainbike fietsen we door de wijngaarden langs de openbare weg. De rit valt ons zwaar bij een temperatuur van meer dan 35C, maar de wijnkelders zijn koel! Bij Lemaire Graff Estate op Hell’s Hoogte zijn het uitzicht en de inrichting – met een prachtige kunstcollectie – indrukwekkender dan de wijnen. Waar wel alles klopt, is bij Grande Provence in Franschhoek. Het wijngoed werd ruim driehonderd jaar geleden gesticht door Franse hugenoten. Enkele jaren geleden is het liefdevol opgeknapt door Nederlandse ondernemers. Rond de boerderij in Kaaps-Hollandse stijl zijn prachtige tuinen en terrassen aangelegd. Binnen en buiten zijn wisselende tentoonstellingen van Afrikaanse kunstenaars. Onze gastvrouw Francis vertelt ons meer over de geschiedenis van het wijngoed en het stadje. Zij werkte al bij het wijngoed toen het werd verkocht, is nu de manager en toont zich een echte ambassadeur voor het wijngoed en het hele gebied.

 

Als ik als antwoord op een vraag vertel dat ik gescheiden ben, geen kinderen heb en fulltime werk, valt het gesprek even stil.

 

Het verleden, en daarmee de apartheidskwestie, speelt een grote rol in Zuid-Afrika. Sommige mensen die we spreken, zijn van mening dat het verleden soms ook wel als excuus wordt gebruikt. “Er zijn studenten die spreken over apartheid, terwijl ze het zelf niet meer hebben meegemaakt,” vertelt de gids. “Ze spreken over separate but equal, een zinsnede die voortkomt uit de rassenwetgeving van de Verenigde Staten, niet die van Zuid-Afrika. Ondanks de vrije pers en toegang tot sociale media blijft de wereld van veel mensen beperkt.”

 

De volgende dag horen we dit opnieuw, vanuit een andere invalshoek. We bezoeken een kerk omdat we later gaan kennismaken met een lokale vrouwenclub: Die Dameskring. Dominee Lettie Büchner spoort iedereen in de kerkdienst die wij bijwonen aan: “Wees nie bang nie”. Volgens haar krijgen mensen last van een tunnelvisie als ze bang zijn. “We moeten leren meer op elkaar, en op God, te vertrouwen”, zo preekt zij.
Die Dameskring is gericht op de toerusting en bemagtiging van die Afrikaanssprekende vrou op geestelike, ekonomiese, politieke, fisiese en opvoedkundige terreine. In kleine groepjes maken we kennis met elkaar. Het is een interessante ontmoeting. Gesprekken over werk of politiek worden afgehouden. Als ik als antwoord op een vraag vertel dat ik gescheiden ben, geen kinderen heb en fulltime werk, valt het gesprek even stil. De rolverdeling is hier nog traditioneel, begrijp ik. In een-op-een gesprekken komen er iets meer nuances. Eén van mijn tafeldames blijkt ook gescheiden. Omdat zij pas kort in het stadje woont, probeert ze niet te veel op te vallen of af te wijken.

 

Die avond worden we ontvangen door de Britse journalist Peter Hawthorne. Hij schetst de grote momenten in de geschiedenis van Zuid-Afrika. Deze laten nog steeds hun sporen na. Zoals de komst van de kolonisten in de 17e eeuw, de Grote Trek en de Boerenoorlogen in de 19e eeuw, en het Apartheidsregime en de vrijlating van Mandela in de 20e eeuw. “De eerste raciale spanningen ontstonden binnen 50 jaar na de komst van Van Riebeeck,” vertelt Peter. “Het toppunt was tijdens de Apartheid. Witte politici bouwden een systeem van regels om hun leefwijze te beschermen.”

 

Zwarte gevangenen droegen een korte broek en een hemd met korte mouwen, terwijl gekleurden een lange broek en hemden met lange mouwen kregen.

 

Op Robbeneiland horen we verhalen uit eerste hand. Voormalig gevangenen verzorgen hier de rondleidingen. Kgutso Glen Ntsoelengoe uit de South Western Township (Soweto) bij Johannesburg neemt ons mee. Hij werd in 1984 als 19-jarige opgepakt. Hij streed onder meer tegen de pasjeswetten. Iedereen moest zich (zijn ras) kunnen identificeren. Als je dat niet kon, kostte dat bijna drie maandlonen. De wetgeving dreef families uit elkaar omdat de één als blanke werd bestempeld en de ander als gekleurd. Divide them to control them. Ook op Robbeneiland werd onderscheid gemaakt. Zwarte gevangenen droegen een korte broek en een hemd met korte mouwen, terwijl gekleurden een lange broek en hemden met lange mouwen kregen. Ook kregen zwarten minder eten dan de anderen. Na 7 van de oorspronkelijke 25 jaar te hebben gezeten, werd Kgutso in 1991 vrijgelaten. Hij vierde zijn vrijheid op de Tafelberg. Hij wilde nooit meer naar Robbeneiland. Maar een paar jaar later, in 1995, ging hij er anders over denken tijdens een reünie met oud-gevangenen. Samen kregen ze een idee voor de toekomstige bestemming van het eiland. Niet het lijden moest centraal staan, maar de overwinning van het goede op het kwade. Uiteindelijk heropende Robbeneiland op hun initiatief in 1997. Het staat sinds 1999 op de Unesco Werelderfgoedlijst.

 

Een dag later bezoeken we de Tafelberg, een markant punt voor Kaapstad en omgeving. De berg is één van de oudste ter wereld, maar liefst zes maal ouder dan de Himalaya. Hij bestaat uit graniet en leisteen met daar bovenop zandsteen. De top bestaat tot mijn verrassing uit limestone pavement of lapiaz. Tussen de scheuren en spleten groeit van alles. Ook dassies zijn hier te vinden, een Afrikaanse dassensoort. Het Tafelberg National Park blijkt een florarijk te zijn. De flora en fauna telt een grote diversiteit met ruim 8.500 soorten, waarvan vele uniek voor het gebied. Het fynbos is misschien het meest herkenbare, met verschillende typen protea, heide en grassen. Ik geniet van de rondwandeling over de top, ook al is het een drukbezochte bestemming. Onderweg vraag ik me af wat ik hier het mooiste vind: de berg zelf of het uitzicht. Ze strijden om de eerste plaats.

 

Als je van het vliegveld komt, is de Tafelberg misschien niet het eerste dat je ziet. Mij vielen vrijwel meteen de enorme townships op: Khayelitsha en Langa. Met Local Knowledge tours bezoeken we Langa, dat eind jaren ’20 is ontstaan. De gidsen nemen ons mee naar de informele Likhewezie kinderopvang. Elke dag stelt Nomonde haar huisje hier open voor kinderen uit de buurt, zodat de moeders naar school of werk kunnen. Zij leert de kinderen spelenderwijs Engels en Xhosa, en zorgt dan ook meteen voor gezond eten. De werkloosheid is hier hoog en in de krappe straatjes van het township is niet veel te doen. Mede daarom organiseert het Guga Sthebe wijkcentrum creatieve en educatieve projecten voor jongeren en volwassenen. De township tours leveren een vaste toestroom van gasten en zorgen voor enige financiële ondersteuning van de gemeenschap.

 

Vertrouwen is voor mij de kern van wat ik de afgelopen dagen gezien en gehoord heb.

 

Een bezoek aan Zuid-Afrika is natuurlijk niet compleet zonder safari, dus onze gastvrouw heeft als afscheid een bezoek geregeld aan Gondwana Private Game Reserve. De rit naar het wildpark duurt ruim vier uur en geeft een mooie indruk van de afwisselende bergachtige landschappen van de West-Kaap. Het wildpark zelf is aangelegd op voormalig agrarisch land. Het fynbos is hier weer helemaal terug. Naast de Big V zijn in het park ook gazellen, zebra’s, kudu’s, gnoes en vele andere dieren geïntroduceerd. De dieren komen uit andere parken waar de populaties te groot werden. Een nieuw park ondersteunt de fokprogramma’s en is een welkome attractie in het gebied. Het is heerlijk om door het ruige terrein te rijden. Maar als ik had kunnen kiezen, was ik eerder naar het Drakenstein en Du Toitskloof gebergte gegaan. Aan de andere kant had ik ons avontuur in het park niet willen missen.
Na vier van de Big V gezien te hebben, staat er op de terugweg van de avondgamedrive een olifant op de weg. En hij maakt geen aanstalten verder te gaan. Via sluiproutes leidt een ranger ons in het donker naar onze lodge. De olifanten blijven nog uren tussen restaurant en receptie staan. Andere gasten hebben minder geluk: zij kunnen pas rond 2 uur ‘s nachts naar bed. De dieren hebben nu eenmaal voorrang.

 

Vertrouwen is voor mij de kern van wat ik de afgelopen dagen gezien en gehoord heb. Iedereen die ik sprak, heeft hoop, maar tegelijkertijd is het vertrouwen beperkt. Dit heeft mogelijk te maken met de enorme corruptie in het land. “People are financially and mentally corrupt”, vertelde een estate-eigenaar. Maar vanuit hoop en gesteund door vrije pers, een rechtsstaat en een sterke middenklasse durven mensen wel te investeren in de toekomst. Dit geldt voor Nigeriaanse immigranten die in Franschhoek kleine winkeltjes starten, maar evenzeer voor jonge Afrikaners die met Local Knowledge bezoeken aan Langa township organiseren voor toeristen, en rijke investeerders die een privaat wildpark beginnen of een wijngoed laten opknappen. “Yes, I am hopeful. What we need is education and economy”, zoals Kgutso het samenvatte.

 

Reis verder…