Routekaart op de reserveband

– een reis door Afrika en Zuid-Amerika –

 

Van Scheveningen via Caïro en Kaapstad naar Buenos Aires en via zeven Zuid-Amerikaanse landen weer terug naar Afrika. Wendy Gieben en Raymond Bleijenberg maakten deze reis met hun Landrover Defender. Ze vertrokken in maart 2013. Twee jaar en drie maanden later kwamen ze terug. In de laatste etappe van de reis ontkiemde het idee voor hun reisbureau Ibex Adventures. Hiermee bieden ze nu 4WD-reizen aan door Afrika aan zelfstandige reizigers. “Hierdoor hoeven we Afrika en het reizen niet op te geven.”

 

Het plan voor een wereldreis was er al lang: voor deze reis hebben ze jaren gespaard. Na tien jaar lieten ze hun werk voor wat het was. Ze kochten de Defender, rustten haar uit met onder andere een rolkooi, een lier, een waterzuiveringsinstallatie (inclusief douche), een demonteerbaar dakraam, elektrische oplaadpunten en een extra accu, en gingen op weg. “Ons oorspronkelijke plan was om via Marokko door de Sahara te reizen maar vlak voordat we vertrokken, viel Frankrijk Mali binnen. De tweede optie viel ook snel af: per boot van Genua naar Tunis en dan door Libië. Uiteindelijk zijn we via Oost-Europa naar Turkije gereden waar we de op een na laatste overtocht maakten tussen Iskenderun en Port Said naar Egypte. Sindsdien hebben daar geen overtochten meer plaatsgevonden in verband met de ingestorte handel en de politieke instabiliteit in de regio.” Het moest kennelijk zo zijn.

 

Vervolgens rolde Afrika voor hen uit als een indrukwekkend en onvergetelijk avontuur. Voordat ze de woestijn in gingen, namen ze extra rijlessen in Egypte om de Defender te kunnen besturen in het losse woestijnzand. Visa regelden ze aan de grenzen, soms geholpen door fixers. Zelden kwamen ze hier problemen tegen. Wat altijd hielp als het toch dreigde mis te gaan, was de routekaart die ze gaandeweg intekenden op de hoes van een van de reservebanden die achterop de auto was bevestigd. “Elke keer als we weer een afstand hadden afgelegd, werkten we die bij op deze kaart. Die maakte altijd wel indruk, en leidde vaak af van oorspronkelijke bedoelingen,” vertelt Raymond. “Dan wezen agenten ons erop dat de huidige locatie er nog niet op stond, die we vervolgens ter plekke intekenden – soms samen met de agent in kwestie. En dan konden we gewoon weer verder.”

 

Via Egypte reden ze naar Soedan, waar ze diep onder de indruk raakten van de gastvrijheid van de bevolking. In Ethiopië werden ze geconfronteerd met de mislukkingen van ontwikkelingshulp. “Zelfs een man in maatpak met een smartphone tussen schouder en kin geklemd, hield al pratende zijn hand nog op toen hij twee blanken in beeld kreeg,” vertelt Raymond. “Ik heb ooit geld gegeven aan de actie Geef een Geit, waarmee je een geit kon kopen voor iemand in Afrika. Dat leek me een zinvol initiatief en dat is het natuurlijk ook. Maar daar zag ik dat een goed initiatief het verkeerde effect kan hebben. Soms werden die geiten aan de dorpsoudste geschonken om hem te behagen. Die gaf vervolgens de kinderen in het dorp opdracht zijn geiten te hoeden, zodat die achter de geiten aanliepen in plaats van dat ze naar school gingen.”

 

“Tienduizenden nerveuze gnoes en zebra’s verzamelden zich totdat de eerste de sprong in de rivier zou wagen. Daar dreven de resten van hun ongelukkige voorgangers.”

 

Langs Lake Turkana met andere reizigers in konvooi door Kenia. In de Maasai Mara kwamen ze onverwachts terecht in de jaarlijkse migratie van de gnoes. Wendy: “Tienduizenden nerveuze gnoes en zebra’s verzamelden zich totdat de eerste de sprong in de rivier zou wagen. Daar dreven de resten van hun ongelukkige voorgangers. De krokodillen lagen klaar voor hun feestmaal en de gieren wachtten op een afstandje rustig af. De spanning van de dieren was tastbaar; de lucht leek elektrisch geladen.”

 

In Oeganda bemachtigden ze een vergunning voor een bezoek aan zeldzame berggorilla’s in het Bwindi National Park. Via Rwanda, Burundi en Tanzania belandden ze in Malawi. Ondertussen kruisten vele dieren hun pad. Ze sliepen in hun tentje op het dak van de Defender, soms bezocht door olifanten, nijlpaarden en bavianen. De wegen in Zambia werden versperd door bomen die olifanten als grassprietjes uit de grond hadden getrokken en op de weg hadden gesmeten waardoor ze niet verder konden. Daarvoor moest elke boom eerst eigenhandig in stukken worden gehakt. In Botswana vlogen ze met een Cessna vliegtuigje over het grootste deltagebied van Afrika: de Okavango. Ze doken in het Zuid-Afrikaanse duikersparadijs Sodwana Bay en reden in dit land door talloze natuurgebieden en wildparken waarbij ze een ongelofelijke verscheidenheid aan wilde dieren tegenkwamen. Door Swaziland en Zuid-Afrika verder naar Namibië, en ten slotte bereikten ze dertien maanden na hun vertrek Kaap Agulhas, de meest zuidelijke punt van Afrika waar de Atlantische en de Indische Oceaan samenkomen. Ze hadden er bijna 50.000 kilometer op zitten.

 

Het oorspronkelijke plan was om vanaf daar weer naar Nederland terug te rijden. Maar ooit had Raymond reisverslagen gelezen van een stel dat zijn auto vanuit Kaapstad naar Zuid-Amerika had verscheept om de reis daar voort te zetten. “Dat vonden wij eigenlijk ook een heel goed idee. Bovendien hadden we geen reden om terug te gaan naar Nederland.” Ze vonden een vrachtboot die de Defender in zes weken naar Buenos Aires kon verschepen. Zelf vlogen ze met een multistop-ticket via Schiphol naar Buenos Aires. Hierdoor konden ze een maand in Nederland verblijven en na ruim een jaar hun vrienden en familie weer even zien. “Dat was ook fantastisch! Het is heel bijzonder om je mensen na zo’n lange tijd weer terug te zien. En het is net zo leuk om na een maand weer verder te reizen.”

 

Ze kochten twee tickets waarmee ze diep de Amazone in vlogen.

 

Midden in de Zuid-Amerikaanse winter kwamen ze aan in Buenos Aires. Daar werden ze weer verenigd met hun – inmiddels zeer geliefde – Defender. Ze vervolgden hun reis via Uruguay en Paraguay, aanschouwden de Iguazu watervallen (eerst vanuit Brazilië, daarna vanuit Argentinië) en trokken de Braziliaanse binnenlanden in toen het Wereldkampioenschap Voetbal werd afgetrapt in Rio de Janeiro. Ze bezochten nationaal park Pantanal, aan de rand van de Amazone, en trokken verder naar Bolivia. Ze kochten er twee tickets waarmee ze diep de Amazone in vlogen. Daar sliepen ze in een hutje omringd door slingerapen, felgekleurde ara’s, krokodillen, capibara’s en tapirs.

 

Ze bezochten de Machu Picchu in Peru, volgden een deel van de Dakar-route en kwamen aan in Chili. Ze zakten de Andes af waar ze geconfronteerd werden met de winterse kou. “Op de een of andere manier hadden we ons niet echt op voorbereid op die Zuid-Amerikaanse winter,” vertelt Wendy. “De auto was ingericht op het buitenleven, met een canvas slaaptentje bovenop het dak. De temperatuur daalde ’s nachts tot zo’n -17 graden. We kregen het in de Andes dan ook ontzettend koud. We stookten vuurtjes waar we stenen in legden, die we vervolgens in een pan stopten en meenamen in de slaapzak. Onze voeten wikkelden we in raamfolie dat ons in Afrika had beschermd tegen de zon. Ons extra kacheltje was een waxinelichtje in een jampot die we bovenin het tentje hingen. We hadden een plastic buitentent gemaakt die we over de canvas tent schoven, zodat de ijzige wind er niet doorheen kwam. Maar daardoor bleef de condens hangen zodat we ’s ochtends wakker werden met rijp op onze gezichten en bevroren haar.” Desondanks hadden ze ook hier overweldigende ervaringen. Ze zagen besneeuwde bergtoppen naast witte zoutvlakten, turkooizen bergmeren in Chili, en condors vliegen over de toppen van de Andes. Een boottocht in Patagonië bracht ze langs gletsjertongen, natuurlijke ijssculpturen en blauwe ijsgrotten. Ze zagen er walvissen, zeeolifanten, pinguïns en andere dieren, en realiseerden zich dat ze dat wel misten: het spotten van wilde dieren zoals ze dat in Afrika hadden gedaan. Na 25.000 kilometer reizen door Zuid-Amerika besloten ze weer terug te gaan naar het continent waaraan ze hun hart hadden verloren. Ze laadden de Defender weer in dezelfde container als waarmee die naar Zuid-Amerika was gekomen, en vlogen zelf twee weken later naar Johannesburg. Vanaf Zuid-Afrika zouden ze dan langzaam maar zeker weer richting Nederland rijden.

 

Terug in Afrika haalden ze het gemis aan wilde dieren rijkelijk in. Na een uitgebreid rondje Zuid-Afrika kwamen ze via Botswana, Namibië, Mozambique en Malawi aan in Tanzania. Daar lag de Indische Oceaan aan hun voeten waarmee ze zuidelijk Afrika van west naar oost waren overgestoken. “Eigenlijk hadden we via de westkust naar het noorden willen rijden. Maar de ebola-crisis was op dat moment op het hoogtepunt waardoor de meeste grenzen aan die kant van Afrika gesloten waren,” vertelt Raymond. “Maar eenmaal in Tanzania bleek het uberhaupt ingewikkeld naar het noorden te rijden. Het was niet langer mogelijk een Ethiopisch visum aan de Keniaanse grens aan te vragen. En ook het visum voor Soedan zou een probleem worden. We wilden vanaf Soedan oversteken naar het Midden-Oosten, maar bij het aanvragen van een visum moest een trouwakte worden overgelegd. En wij zijn niet getrouwd. We hebben er nog over gedacht om dat daar te doen. Maar uiteindelijk besloten we om weer terug te rijden naar Zuid-Afrika.” Dus zakten ze weer zuidwaarts de wilde dieren achterna. Hun reis eindigde in Kaapstad, Zuid-Afrika.

 

“We kunnen het reizen niet opgeven. En we willen het mooie Afrika graag aan anderen laten zien.”

 

Na 27 maanden vlogen ze terug naar Nederland. Ze hadden 34 landen bezocht, 62 grensoversteken gemaakt en 110.000 kilometer afgelegd. “Een lange reis als deze is geen vakantie; het is een manier van leven. Het ontbreekt aan duidelijkheid en houvast, wat een enorme vrijheid geeft maar ook om een grote mate van flexibiliteit vraagt. Zeker in het begin was dat wennen, maar in de loop van de reis werd ons absorptievermogen opgerekt. Als je reist over land zie je dat onder je wielen veranderen. Opvallend daarbij was dat zodra we een grens passeerden we ontegenzeggelijk in een ander land waren. De huizen zijn plotseling anders gebouwd, het is er schoner of juist niet, wegen zijn ineens geasfalteerd. De hele reis hebben we bijzonder weinig te maken gehad met oplichters en corruptie. Respect, vriendelijkheid en geduld bleken elke keer de sleutels bij grensovergangen en roadblocks.”

 

De Defender staat nu in Namibië als de dienstauto van Ibex Adventures, het reisbureau dat Wendy en Raymond vorig jaar hebben opgezet. Hiermee bieden ze begeleide 4WD reizen aan aan zelfstandige reizigers. Wendy: “We kunnen het reizen niet opgeven. En we willen het mooie Afrika graag aan anderen laten zien. Ibex Adventures biedt geen compleet verzorgde reizen, maar we begeleiden reizigers die met hun eigen 4WD huurauto door Afrika willen toeren. Dat doen we alleen met kleine groepen zodat we flexibel zijn en het programma kunnen aanpassen aan de wensen van de deelnemers. Dit najaar gaan we voor het eerst met een groep op pad. Deze reis start in Namibië waarna we via Botswana en Zimbabwe weer in Namibië terugkeren.” Raymond vertrekt eerst om de reis voor te bereiden. Wendy volgt dan later. Dan zwerven ze weer even als vanouds tussen de wilde dieren in zuidelijk Afrika.

 

Wil je een keer mee met Ibex Adventures? Meer info is te vinden op www.ibexadventures.nl.

 

Reis verder…