Het kasteel van Silves

 

Vanuit de steenrode, meters dikke muren, kijk ik uit over de heuvels in de verte. Je kunt hier kilometers ver kijken. Dat was ook precies de bedoeling toen de muren werden gebouwd, want ik bevind me in een kasteel. Het wordt ook wel het Castelo dos Mouros genoemd, het ‘Kasteel van de Moren’, want het is gebouwd door de Arabieren. Vanuit deze strategische plek konden ze de vijand in de verre omgeving zien aankomen.

 

Het kasteel is het grootste van de hele Algarve en ligt in het stadje Silves, zo’n 5 kilometer landinwaarts vanaf de stad Portimao, aan de oevers van de Rio Arade. De Arabieren veroverden dit gebied in het jaar 711 en bouwden dit kasteel, omdat Silves (dat door hen Xelb of Shilb werd genoemd) een belangrijk politiek, economisch en cultureel centrum in deze regio vormde. De fundamenten lagen er in feite al; de Romeinen hadden hier in de 4e-5e eeuw ook al rudimentaire verdedigingsmuren opgetrokken. De Moren gebruikten de typische rode zandsteen – Pedra de Silves – uit de directe omgeving voor de bouw van dit enorme kasteel.
Bij de inname door de Moren was dit stadje al een belangrijk centrum, en onder hun heerschappij werd het dé hoofdstad van de hele Algarve, onderdeel van het veel grotere Al-Andalus, dat zich uitstrekte over een groot deel van het Iberisch schiereiland. De welvaart van Silves was deels te danken aan de uitzonderlijke ligging. De rivier Arade verbond de stad met de zee, en daardoor was Silves eeuwenlang een druk handelscentrum.

 

In de 13e eeuw, in het jaar 1242, was het gedaan met de Arabische heerschappij in Silves. De stad werd belegerd door de christenen. Dat gebeurde tijdens de derde kruistocht. Toen de kruisridders de stad binnenvielen, trokken de Arabieren zich en masse terug achter de kasteelmuren. Daar hielden ze gedurende een hele zomer stand, totdat het drinkwater dat zich in de cisternen bevond, op was. De onderhandelingen werden vervolgens geopend, maar toen de Arabieren de poorten openden, stormden de kruisridders het kasteel binnen en vermoordden ze duizenden mensen. Deze ridders behoorden tot de Orde van Sint Jacob. Het waren dus in feite monniken die een belangrijke rol hebben vervuld bij de verdrijving van de moslims uit de Algarve.
De binnenkant van het fort raakte in de jaren na de inname vervallen. Enkele van de elf torens deden nog lange tijd dienst als gevangenis. Daar kwam pas in 1947 een einde aan. In de jaren daarna werd het kasteel gerestoreerd en opengesteld voor het publiek.

 

Silves is niet alleen voor dit kasteel een bezoek waard. Het oude gedeelte van Silves met de witgeverfde huizen – waarvan sommige nog uit de 8e eeuw dateren – met de rode daken, is prachtig. De glooiende heuvels met sinaasappel-, citroen- en amandelbomen maken het plaatje compleet. Veel later, als ik weer thuis ben, lees ik dat de Algarve in feite in drie regio’s opgedeeld kan worden. Om te beginnen is er de kuststrook, Littoral-Algarve genoemd, waar het zuiden van Portugal zo beroemd om is. De zandstranden en hoge kliffen trekken jaarlijks honderdduizenden toeristen. Ten noorden van die strook, landinwaarts dus, ligt de Barrocal-Algarve. Dat is in feite het landbouwgebied waar ook Silves deel van uitmaakt. Hier vind je de witte dorpen en de glooiende heuvels met amandel-, olijf-, vijgen-, sinaasappel- en citroenbomen. Als je dan nog verder landinwaarts rijdt, kom je in de Serra-Algarve, de echte bergen van Zuid-Portugal. Dat wordt misschien dan wel de bestemming voor de volgende keer.

 

Meer Portugal
Reisverhaal: Langs de kliffen van de Algarve
Reisverhaal: Naar het einde van de wereld

 

Reis verder…