Een wandeling in tijden van corona

Ik was van plan om de komende maanden door Noorwegen te zwerven. Maar toen werd alles anders. Gelukkig ben ik gezegend met een kast vol boeken, een oude kater en een tuin op het zuiden, maar vandaag wil ik toch echt even de deur uit en wat verder dan de plaatselijke supermarkt. De lucht is bijna cyaan. Kale takken steken er schraal tegen af, maar nog een paar van deze dagen en de lente barst los.

 

Sinds ik het boek De geschiedenis van het pad van de Noorse schrijver Torbjørn Ekelund las, laat ik mijn fiets staan en doe ik alles te voet. Ekelund werd op latere leeftijd gediagnosticeerd met epilepsie en kon daarom geen auto meer rijden. Hij besloot vanaf dat moment overal naar toe te lopen. Er ging een wereld voor hem open. Voor mij ook. Ik ontdek winkeltjes, gevels, achterafstraatjes, zelfs een Russische kerk in mijn eigen buurt waarvan ik het bestaan nooit heb geweten. Zigzaggend door straten die ik altijd links liet liggen, kom ik uit op de Carnegielaan. ‘Vrijheid is de natuurlijke sfeer van geestelijk en economisch leven: vrijheid begrensd door verantwoordelijkheid en recht’ staat daar streng in steen gebeiteld op een monument voor Hendrik Coenraad Dresselhuys. Als ik deze definitie in de actualiteit plaats, leven wij hier momenteel met zijn allen nog steeds in alle vrijheid. En al voelen wij ons enorm in onze vrijheden aangetast, op zo’n dag als vandaag kan ik de anderhalve meter afstand ook wel waarderen. Ik vind het wel prettig dat de wandelaars die ik tegenkom hun best doen niet in mijn persoonlijke ruimte te komen.

 

Mijn gedachteloze wandelgang voert me naar de entree van het verderop gelegen Vredespaleis. Daar brandt sinds 18 april 2002 onafgebroken een vredesvlam. Eromheen ligt het Wereldvredespad, omringd door 196 stenen uit 196 landen. Onwillekeurig zoek ik de steen uit Noorwegen op: dichterbij kan ik nu even niet komen. May all beings find peace is de inscriptie op het monument. Daar sluit ik me bij aan en wandel de Scheveningsweg op.

 

In de zomer van 2018 werd hier een ravage aangericht door de gemeente Den Haag.

 

Deze weg loopt in een kaarsrechte lijn van Den Haag naar Scheveningen, naar een ontwerp van Constantijn Huygens. Hij stelde in 1653 voor een tolweg aan te leggen dwars door de ‘wildernis’. Jacob Cats had er tien jaar daarvoor een landgoed laten aanleggen en ten noorden daarvan lag een galgenveld, maar verder bestond het gebied uit ongerepte stuifduinen. Huygens’ plan was ambitieus en in die tijd bijna onvoorstelbaar. De weg moest breed genoeg zijn voor twee rijtuigen naast elkaar. Om ervoor te zorgen dat het duinzand niet over de geplaveide weg zou verstuiven, werden de zijkanten van de weg verhoogd. Beide zijden werden geflankeerd door vier rijen bomen. In 1655 was de weg klaar.

 

Ik ben hier al een tijdje niet geweest, ik had geen zin in de aanblik. In de zomer van 2018 werd hier een ravage aangericht door de gemeente Den Haag. Die liet een groot deel van de monumentale bomen kappen om ruimte te maken voor een nieuw type tram voor de twaalfduizend passagiers die dagelijks over deze weg reizen. Ondanks hevig verzet van vele Haagse inwoners werden meer dan honderd bomen gekapt, waaronder een aantal bomen die van de rechter überhaupt niet gekapt mochten worden. Ironisch genoeg zie ik vandaag alleen maar lege trams langs de jonge boompjes rijden die voor de oude reuzen in de plaats zijn gezet. Huygens draait zich om in zijn graf in de Grote Kerk van Den Haag even verderop…

 

Het ommuurde Zorgvliet ligt aan mijn linkerhand; waar aan de overkant de doden aan de galgen hingen, spelen nu een paar kinderen in een speeltuin. Ze houden keurig de anderhalve meter afstand in acht. Zorgvliet is deze periode ook gesloten, wat ongetwijfeld een weldaad is voor de bomen, planten en dieren die leven binnen de muren van het park. Verlangend kijk ik door het hekwerk naar binnen. Het is alsof de natuur ons buitensluit. Ze gaat haar gang: we mogen naar haar kijken, maar we mogen er dit voorjaar geen deel van uitmaken. Hadden we ons maar beter moeten gedragen!

 

Ongemerkt heeft mijn wandeldrang me vandaag langs een aantal symbolen van vrijheid en vrede geleid.

 

Aan het einde van Zorgvliet ga ik naar de overkant om een stukje door de Scheveningse Bosjes te wandelen. Het pad gaat omhoog. Dit is de oorspronkelijke verhoging die werd aangelegd om het stuifzand tegen te gaan. De stompen van de gekapte bomen liggen als trieste getuigen tussen het verhoogde pad en de trambaan in. Ik steek de B.M. Telderweg over. In de Tweede Wereldoorlog werden hier tankversperringen opgeworpen. Rechts het Promenadehotel, waarachter een bunker werd gebouwd als onderdeel van de Atlantik Wall. Grote delen van Den Haag werden gesloopt voor deze Duitse verdedigingslinie die liep van Noorwegen tot Spanje. Het wandelpad begint drukker te worden: ik nader Scheveningen. Ik sla de Frankenslag in en volg achter het Gemeentemuseum – pardon, Kunstmuseum – kleine in beton gegoten voetstapjes die uitkomen bij het Mandela-monument: The long walk of Freedom. Ongemerkt heeft mijn wandeldrang me vandaag langs een aantal symbolen van vrijheid en vrede geleid.

 

Bij de vijvers voor het Museon neem ik een pauze. Ik ga zitten op de rand en tuur in het door waterplanten doorwoekerde water. Een heus onderwateroerwoud voor al die minuscule waterwezentjes die ik erin zie voortbewegen. Mijn oog valt op een eigenaardig keverachtig diertje. Het ziet eruit alsof het eigenlijk gewoon ergens in het gras moet lopen, maar het beweegt zich behendig tussen de waterplanten. Ik heb nog nooit zo’n diertje gezien, en volg het verbaasd terwijl het zich tegoed doet aan iets wat ik niet kan zien. Er zijn er meer. Hun hele wereld is deze vijver. Alles gaat daar zijn gewone gangetje.

 

Meer Nederland

 

Reis verder…