Een architectonische tijdreis

een wandeling over de Laan van Meerdervoort

Vrijwel alle wegen ter wereld zijn te herleiden naar oude paden. Zelfs sommige snelwegen vinden hun oorsprong in oeroude paadjes die wilde dieren door de wildernis baanden toen de mens er nog nooit een voet had gezet. Zover kunnen we bij de Haagse Laan van Meerdervoort niet gaan. Maar ook deze drukke zes kilometer lange laan is begonnen met een klein paadje. Op een zonnige dag besluit ik vanaf dat begin een wandeling te maken over wat eens de langste laan van Nederland was.

 

Dat begin ligt bij nummer 52, waar nu flat Oldehove staat. Daar ergens stond ooit de hoeve van Meerdervoort, een kleine hofstede waarnaar een pad liep vanaf de Scheveningseweg. Dit pad was de voorloper van de Laan van Meerdervoort. Vanaf 1870 lieten rijke Hagenaars hier hun chique herenhuizen bouwen. Zoals de bankierszoon en schilder Mesdag: hij liet het pand op nummer 9 bouwen. Een paar jaar later een museum ernaast waar tot op de dag van vandaag zijn collectie is te bezichtigen. De achterkant van zijn huis grensde toen aan de duinen. In een eeuw tijd zijn die duinen volgebouwd en is de laan doorgetrokken tot aan de Kijkduinse Straat.

 

De Laan van Meerdervoort is de denkbeeldige scheidslijn tussen rijk en arm Den Haag, tussen de Hagenaren en de Hagenezen, tussen het zand en het veen, tussen het geel en het groen. Tot aan de Fahrenheitstraat staan prachtige panden met Jugendstil-gevels die niet zouden misstaan in Barcelona. Zoals nummer 168. Prachtige tegeltableaus sieren de sushi take away hier als een vlag op een modderschuit. Na het Verversingskanaal, dat in 1888 werd aangelegd om het vervuilde water uit de Haagse grachten naar de Noordzee af te voeren, staat wat mij betreft het mooiste rijtje huizen van de hele laan. Met als hoogtepunt nummer 215: een herenhuis met een uit zandsteen opgetrokken gevel met Jugendstil-motieven. Maar ook in de huizenblokken erna is het ene na het andere fraaie pand neergezet. Op één ervan fladdert een vlieger in de vorm van een roofvogel. Hij duikelt in de wind met de bedoeling de meeuwen te verjagen die de gewoonte hebben ontwikkeld hun eieren op deze daken te leggen. Doordat wij steeds meer van hun broedgebied hebben ingenomen voor eigen gebruik, zijn zij gedwongen hun eieren elders uit te broeden. De Haagse daken vinden ze goed alternatief. Maar daar zijn ze niet welkom. Bewoners en nietsvermoedende fietsers worden regelmatig belaagd door moedermeeuwen die hun net uitgevlogen jongen willen beschermen. Ik begrijp ze wel, die meeuwen. Wat moeten ze dan?  

 

Ik gluur naar binnen: door de glazen objecten, langs de cactussen, kinderknutselwerkjes en stenen ganzen recht in de gezichten van de zondagse visite.

 

Na de Fahrenheitstraat vervaagt de scheidslijn tussen zand en veen. Vanaf hier verandert de statige stijl van de laan. De huizen worden kleiner, de voortuintjes verdwijnen. Deze huizen zijn gebouwd voor de wat minder bedeelden. Na elk huizenblok loop ik langs doorkijkjes met door groen omzoomde slootjes. Op de oevers begrazen ganzenparen met hun jongen het gras. In de stad zijn ze veilig. Maar de provincie Zuid-Holland heeft onlangs het besluit genomen dat deze ganzen mogen worden gevangen en vergast. Ze zouden te veel schade aanrichten met hun gegraas. Zogenoemde vergassingswagens rijden momenteel door de Zuid-Hollandse weilanden om deze praktijken uit te voeren. De ganzen waar ik nu naar sta te kijken, grazen in prettige onwetendheid verder. Ik mag gewoon bij ze gaan zitten om hun schattige kroost te bekijken zonder dat ik word verjaagd (of nog erger). We kunnen nog wat leren van deze ganzen…

 

Ik wandel verder, langs zes villa’s die uit Wassenaar lijken te zijn overgezet. De Bethlehemkerk streng op de achtergrond. Het is zondag en kerkgangers verlaten de dienst. Door de open deuren vang ik een glimp op van brave Hollandse kneuterigheid. Keurig geklede kinderen met een teveel aan energie na de lange zit rennen naar buiten. Daar begint de laan nu zoals een laan bedoeld is: rijen huizen aan beide kanten met in het midden een brede strook met bomen. Hier is weer gebouwd voor de gegoede burgerij. Maar zo verschillend als de gevels aan het begin van de laan zijn, zo eenduidig zijn ze hier. De bewoners onderscheiden zich nu met wat ze in hun vensterbanken zetten en in hun voortuintjes planten. Ik gluur naar binnen: door de glazen objecten, langs de cactussen, kinderknutselwerkjes en stenen ganzen recht in de gezichten van de zondagse visite. Elk huis zijn eigen verhaal.

 

Even verderop begint míjn verhaal. Nummer 859 is mijn geboortehuis. Er zit een poes voor het raam waar mijn ledikantje stond. Ik heb hier vele glasheldere maar onsamenhangende herinneringen liggen. Een plastic riddertje van mijn broer dat ik achter het bed van mijn ouders gooi. Mijn vader die achterstevoren op een stoel zit: de rugleuning tussen zijn benen. Mijn broer en ik in een badje in de tuin. Hij laat een zilverkleurig poppetje in het water vallen; ik zie het langzaam zinken naar de oneindige diepte van het badje. Nog steeds brengt de geur van jasmijn me terug naar dat moment zo’n vijftig jaar geleden.

 

Wellicht bevindt zich onder dit pad nog een oerpad van deze Keltische kustbewoners.

 

Door de verlenging van de laan in de loop der tijd is een wandeling erover een architectonisch tijdreisje. Maar naarmate ik het einde nader, wordt ze er niet mooier op. De Thorbecketoren op het De Savornin Lohmanplein staat te pronken in lelijkheid. Ertegenover een ongeïnspireerde poging een parkje aan te leggen rondom een boom die daar vast al stond toen ik verderop geboren werd. In 1930 werd de laan door Landgoed Meer en Bos getrokken, waardoor het in tweeën werd verdeeld. Dit landgoed werd gesticht in de 17eeuw, maar uit opgravingen bleek dat dit gebied al tussen 1500 en 400 voor Christus werd bewoond door de Menapiërs. Ik sla rechtsaf een bospad in dat parallel loopt aan de laan. Wellicht bevindt zich onder dit pad nog een oerpad van deze Keltische kustbewoners.

 

De Chinese muur doemt op: de markering van het einde van mijn wandeling. Bij oplevering in de jaren zestig, bijna honderd jaar nadat de eerste herenhuizen aan het begin van de laan werden gebouwd, was dit het langste woongebouw van Nederland. Het is 550 meter lang en gebouwd als een windscherm zodat de achterliggende wijk wordt beschermd tegen de zeewind. De Kijkduinse Straat maakt een definitief einde aan de Laan van Meerdervoort. Ik sta voor het laatste gebouw met huisnummer 1803. Verkeer raast voorbij. Na deze intensieve tocht toch een wat eerloos eind. Ik keer om, steek over en wandel weer terug. Nog even in de voetsporen van de Menapiërs en dan door naar mijn huisje op het veen.

 

Meer Nederland

 

Reis verder…