Een tocht door de Gorge de la Nesque

 

“De Nesque stort zich
in een donkere rotsspleet.
Dan, plotseling en ongelooflijk,
rijst een rots op uit het nat…
Dat is de Roche du Cire.
Geen geit, geen sater, geen kat,
laat dat duidelijk zijn, zal hem ooit bedwingen”.

 

Zo schreef Frédéric Mistral, de grote schrijver en dichter van de Provence en tevens Nobelprijswinnaar van de literatuur in 1904, in zijn dichtbundel Calendal. De zinnen maken een bergliefhebber nieuwsgierig naar deze Roche du Cire (Rots van Was).
De rots maakt deel uit van de Gorge de la Nesque, een kloof die ook wel ‘de Verdon van de Vaucluse’ wordt genoemd. Dit ravijn strekt zich uit over een afstand van 22 kilometer, van het dorp Monieux op het Plateau du Vaucluse naar het westelijk gelegen Villes-sur-Auzon.

 

We gaan naar het dorpje Monieux. Daar start een wandelroute door de canyon. Het eerste deel loopt over de bodem van de kloof. Ook al is het prachtig zonnig weer, hier beneden overheerst donkere vochtigheid. Niet lang daarna stijgt het pad en lopen we als het ware boven op de linkeroever van de kloof, met uitzicht op de rotswanden aan de overkant. Na de bewegwijzering ‘Chapel St. Michel, 1 km’ volgt een messcherpe afdaling, opnieuw de kloof in. En na wat klauterwerk over de natte, loszittende stenen van de helling van de kloof, komen we bij de kapel die daar – op de bodem van de kloof – ligt. De Chapel Saint-Michel, gebouwd in de 12e eeuw, ligt verscholen onder een enorme rotswand. Deze plaats is zo afgelegen en donker dat het een raar idee is dat hier in de 18e en 19e eeuw iemand woonde.
Na een rustpauze bij de kapel klimmen we weer omhoog, via een ander pad. Ondanks de tekens op rotsen en bomen – die aangeven dat dit echt een uitgestippelde route is – twijfelen we af en toe. Deze ‘wandelroute’ vergt wel erg veel klimwerk.

 

Ja, ik kan me voorstellen dat deze klim er van boven af redelijk bizar uitziet.

 

Na een half uurtje zien we mensen boven op de geasfalteerde weg naar ons roepen en zwaaien. Er wordt zelfs gefilmd. Ja, ik kan me voorstellen dat deze klim er van boven af redelijk bizar uitziet. Eenmaal boven worden we gecomplimenteerd en op de schouders geklopt. Dan pas zien we het bordje met de woorden ‘Attention. Sentier avec passage en surplomb‘. Geen pente oftewel ‘steil’, nee, gewoon surplomb, ‘loodrecht’ of ‘overhangend’ dus.

 

Na dit klimavontuur lopen we nog even over het asfalt naar het uitzichtpunt waar we zicht hebben op zowel de Roche du Cire als de Mont Ventoux in de verte. Later lees ik dat de Roche du Cire zijn naam te danken heeft aan het feit dat hier al jaren zwermen bijen nestelen en als het ware een enorm bijenhuis hebben gemaakt. Geiten, saters en katten dus niet, zoals Mistral schreef, maar wel bijen. Naar verluidt verzamelden de dorpelingen de honing, hangend aan touwen vanaf de rotswand.
Terug brengt de bewegwijzering van de GR9 ons via de rechteroever, op zo’n 850 meter hoogte, weer terug naar Monieux.

 

Meer Frankrijk
Reisverhaal: Lacoste en zijn illustere inwoners…
Reisverhaal: Le Cocquillade: op het terrein van een miljardair…
Boekrecensie: The Luberon Garden – Alex Dingwall-Main…
Boekrecensie: Caesar’s Vast Ghost – Lawrence Durrell…
Reisverhaal: Reisverhaal: De rode rotsen van Roussillon…

 

Reis verder…