De rode rotsen van Roussillon

penpunt-pn-fl

De rotsen van het dorp Roussillon zijn bloedrood. Volgens een plaatselijke legende was Raymond van Avignon, die hier in de 11e eeuw het kasteel bewoonde, daar debet aan. Hij verwaarloosde zijn mooie vrouw Sermonde, en dreef haar daarmee in de armen van ene Guillaume de Cabestan. De liefde bleef helaas niet onopgemerkt. Raymond nam wraak, doodde de minnaar en serveerde zijn hart tijdens een diner aan zijn vrouw. Toen Sermonde de waarheid vernam, stortte zij zichzelf van de rotsen, waarop deze voor eeuwig rood kleurden.

 

De werkelijkheid achter de rode kleuren is helaas minder romantisch, maar zal een geoloog net zo bekoren. In de periode van het Krijt (145-66 miljoen jaar geleden) was dit gebied nog een zee. Toen het water zich terugtrok, bleef er een ijzerhoudend zeezand achter, dat in de loop van de tijd oxideerde en werd omgezet in kwarts en ijzeroxide. De Romeinen noemden dit dorp al visus russulus (rood dorp) en gebruikten de gewonnen gele en rode okers voor onder meer keramiek en cosmetica. Ooit was Roussillon het hart van ’s werelds grootste okergroeven. Bij de opkomst van de synthetische okers in de 20e eeuw werd het werk in de steengroeves stilgelegd. Wat rest voor de bezoeker is een sprookjesachtig landschap.

 

Een ravijn met poëtische namen
Het Sentiers des Ocres (Okerpaden) loopt door de stilgelegde steengroeves. Het ravijn met bizarre rotsformaties, kleurrijke vergezichten en poëtische namen als Val des Fées (Dal van de Feeën), Falaises de Sang (Bloedrotsen) en Chaussée des Géants (Weg van de Reuzen) biedt een surrealistisch beeld. “Neem genoeg rolletjes mee”, vermeldt de Natuurreisgids Provence van Frédérique Roger en Fabrice Milochau die ik meedraag, en dat was in het pre-digitale tijdperk zeker een goed advies.

 

“Neem genoeg rolletjes mee”, vermeldt de Natuurreisgids Provence.

 

Sinds een week word ik iedere ochtend wakker in het dorpje Saint-Saturnin-les-Apt, met uitzicht op dit bloedrode dorp aan de horizon. Maar nu ik daadwerkelijk tussen de rotsen van Roussillon loop, zie ik pas dat de kleuren van de okers variëren van een zachte mergelkleur via licht oker en verschillende tinten oranje naar diep ossenbloed-rood.
Na afloop van mijn tochtje over het Sentiers des Ocres en een wandeling door het dorp, drink ik een glas rosé op een terras. Dat kleurt erg mooi bij al die rode en oranje huizen.
Het glas rosé kost 6 euro. Het is een klein Frans glaasje en het is een gemiddelde wijn. Maar ik zit dan ook op een terras in één van Les Plus Beaux Villages de France. En het uitzicht alleen al, is een veelvoud van die 6 euro waard: ik kijk uit over de typische gekleurde huizen met de lichtblauwe houten luiken, de prachtige rode en okergele rotsen van dit dorp, de groene heuvels met wijnranken, de bergen in de verte en een strakblauwe lucht.

 

Village in the Vaucluse, een antropologische studie van Roussillon
Roussillon is een van de toeristische trekpleisters van de Luberon én een chique dorp. Er zijn een aantal goede restaurants, je vindt er mooie winkels met bosjes lavendel, zakjes met verschillende kleuren oker, goede wijnen en en allerlei andere Provençaalse souvenirs. Rijke Amerikanen nippen op terrassen aan hun Ricard en op de wekelijkse brocante slenteren Japanners. Een vakantiehuis huren in het laagseizoen lukt nog wel voor 1000 euro per week, maar als je een optrekje wil kopen, betaal je al snel 1 miljoen euro.

 

Niet zo heel lang geleden was het hier compleet anders. In 1951 besloot de Amerikaanse antropoloog Laurence Wylie zijn sabbatical als hoogleraar hier door te brengen. Hij nam zijn vrouw en twee kinderen mee, gaf Engelse les op de lokale school, bleef een heel jaar en schreef daarna een boek. Hij gaf het dorp de fictieve naam Peyrane om de inwoners een zekere anonimiteit te geven.
Roussillon was destijds een dorp met ongeveer 700 inwoners. De meeste huizen hadden nog geen toilet, er waren twee telefoontoestellen aanwezig, er reed wekelijks een bus naar Avignon en de enige koelkasten van het dorp stonden in de vijf groentewinkels die het dorp rijk was.
Het boek Village in the Vaucluse leest als een roman. Je krijgt een beeld van de levens van de inwoners, wat voor werk ze doen, hoe ze hun vrije tijd besteden, hoe ze hun kinderen opvoeden en hoe hun oude dag eruit ziet. We leren de truffelkoning Raymond Caizac kennen, de zelfbenoemde intellectueel Edouard Pascal en de hoteleigenaar Julien Vincent.

 

De enige koelkasten van het dorp stonden in de vijf groentewinkels die het dorp rijk was.

 

Wylie keerde na het schrijven van het boek nog een aantal malen terug. In de derde druk is het hoofdstuk Twenty Five Years Later toegevoegd. De antropoloog constateert grote veranderingen: inwoners doen hun boodschappen in een grote supermarkt in de stad, er is een kunstgalerie, veel huizen worden bewoond door ‘stadsmensen’ en het sociale leven is compleet anders dan in de jaren ’50. “City people like to think of rural communities as unchanging, but we have seen in Peyrane, as in Chanzeaux, shifts in the population and changes in the life-style generally have been more steady and more rapid than is commonly assumed”, schreef Wylie in 1974.

 

Die constateringen zijn inmiddels alweer bijna 40 jaar oud. Een nawoord schrijven over de situatie anno 2013 kan helaas niet meer. De auteur overleed in juni 1996, op 85-jarige leeftijd. Maar misschien had hij dezelfde conclusie over dit dorp getrokken als in de eerste editie van zijn boek uit 1957: “As Adam and Eve were to return to life as they did in the Gaumont movie, they might well choose Peyrane as their Paradise Regained. Compared to most communities in the world today, Peyrane is well off. Its pattern of life seems balanced and sane. There is a bit of madness in the relationship of the Peyranais with the rest of the world. But when we look at life there and elsewhere it is not always clear on which side the madness lies.”

 

Meer Frankrijk
Reisverhaal: Lacoste en zijn illustere inwoners…
Reisverhaal: Le Cocquillade: op het terrein van een miljardair…
Boekrecensie: The Luberon Garden – Alex Dingwall-Main…
Reisverhaal: Een tocht door de Gorge de la Nesque…
Boekrecensie: Caesar’s Vast Ghost – Lawrence Durrell…

 

Reis verder…