BOMBA LISAPO! Bewaar je verhalen!

gastblog van Roland Verbiest

DING-DONG! Al bijna tien jaar fiets ik dezelfde route naar de haven van Kinshasa. Dat tochtje is beschreven in mijn boek Blauw Hout en is in die tijd aan de ene kant minder gevaarlijk geworden omdat iedereen inmiddels die enige blanke op een fiets kent en sinds ik zo’n grote Hollandse fietsbel op mijn stalen ros heb geschroefd, ben ik op dit traject beroemd geworden. Maar juist omdat iedereen weet dat ik die route elke dag fiets, is het voorspelbaar en daarom ook veel gevaarlijker geworden. Overal waar ik langskom word ik herkend en benoemd. Mundele ya vélo! De witte op een fiets! Om iets terug te zeggen, laat ik mijn bel spreken: DING-DONG! En bijna bij al die mensen die allemaal praten met een overvloed aan woorden en met weinig reserve, heb ik al het momentum gepakt, beginnen ze te lachen, en ben ik gepasseerd. Leven in Kinshasa is gevaarlijk. Daar is geen twijfel over mogelijk.

 

Toch kies ik voor het gevaar van fietsen boven de irritatie van files en het geplaag van de roulage, de verkeerspolitie. Mensen die gevaarlijk leven verschuilen zich vaak in gewoontes. Ze worden selectief bij de keuze van confrontaties en gaan de meeste uit de weg door veel dagelijkse routines die ze beheersen. Deze route fiets ik elke dag en erlangs gonst het van de schandalen. Maar ik vraag er niet naar want nooit is er een logische verklaring voor welk schandaal dan ook. Op elke hoek staan veel jongeren aan de kant van de weg. Sommigen zo jong en zo groen dat de weg ervan bloost maar een aantal van hen is al wat meer gepekeld in het kwaad. Dat maakt dit tochtje zo gevaarlijk. Wanneer ik passeer, kijkt hun hoofd naar een andere richting maar hun ogen zoeken naar mijn broekzak op halve hoogte. Zo kijken dieven en het is een blik ingewreven met het zout van de misdaad. Al jarenlang borrelt een plannetje langs de route hoe die blanke met die teringfietsbel te rippen, alleen hoe?

 

Naast die fietsbel heb ik nog meer verdedigingsmiddelen. Wanneer ik ver weg moet, doe ik dat vaak met de motortaxi, wewa, en ze weten dat ik altijd een halve dollar meer betaal dan een Congolees als ik ze nodig heb. Daarmee heb ik aan populariteit gewonnen. Die keren dat er onderweg iets gebeurde en er was een wewa in de buurt, dan kwamen ze me helpen. Ik ben al een paar keer van mijn fiets getrokken onderweg maar meestal gebeurt het op een beetje lullige manier. Een uitslaande klauw naar mijn broekzak als ik langsfiets, lijkt meer op een flipperkastspelletje dan een serieuze diefstalpoging. Een keer begon een dief naast mij te rennen op zijn teenslippers, zodanig dat ik hem niet hoorde aankomen. Met gekromde tenen rende hij zo dat zijn slippers niet begonnen te klepperen. Op het laatste moment zag ik in mijn ooghoek een schim. Ik ben al zo alert geworden in Congo dat ik in zo’n geval onmiddellijk de wet van de jungle toepas. Eerst een roei met mijn arm en dan pas excuseren! Zo fiets ik iedere dag langs een haag van jongeren die langs de kant van de weg staan en automobilisten dwingen ondanks het kokende klimaat met de raampjes halfdicht te rijden.

 

Congolezen kunnen zich totaal verliezen in de verbeelding, de schoonheid en het mysterie van een goed verhaal.

 

Er zitten nog gezonde eerlijke knapen tussen maar Lilala moko ya kopola epolisaki malala nionso, een rotte sinaasappel zal alle sinaasappelen doen rotten. Een huis hebben ze nauwelijks, ’s nachts liggen ze in de open lucht. De aarde is hun bed. De hemel hun baldakijn. Verder fiets ik langs de spoorlijn van Poids Lourds. Hier zien de kuluna, de misdaadjongeren, er nog valer uit, gevoegd met vreemd platte gelaatstrekken die het gevolg zijn van een gebrek aan de juiste hoeveelheid vetweefsel om de wangen wat op te vullen. De meesten zijn erg klein van postuur, hun ledematen dun. Ze bewegen zich slecht en weinig gracieus. Veel hebben O-benen. Zij staan onderaan de ladder van het keiharde leven in Kinshasa en het gevecht om te overleven laat hier zijn tanden zien.

 

Nog maar een generatie geleden werden jongeren onderwezen middels oeroude verhalen. Monoko ya mpaka elumbaka solo, kasi ebimisaki maloba kitoko is het spreekwoord: uit de mond van een grijsaard komt misschien slechte adem, maar hij spreekt mooie woorden. Dat wil zeggen: respecteer je historie! Verhalen die zich een weg naar het hart te banen. Mits goed verteld! En dat kunnen ze in Congo! Ik durf te zeggen dat in Congo de beste verhalenvertellers voorkomen ter wereld. Ze hebben dan ook een publiek dat meeleeft en reageert op vrijwel ieder woord. Congolezen kunnen zich totaal verliezen in de verbeelding, de schoonheid en het mysterie van een goed verhaal. Woorden die een echo achterlaten. Woorden die men het hele leven bij zich draagt en een paleis beitelt in het geheugen. Maar die sloebers langs Poids Lourds, de industrieweg van Kinshasa, dromen niet meer van oude verhalen. Ze dromen van mobiele telefoons, van opzichtige kleding en computergames. Een prachtige Congolese vertelcultuur is aan het verdwijnen en een generatie zonder identiteit aan het opgroeien.

 

Ik ben net zoals in mijn vroegere evenemententijd in Den Haag weer op de acquisitietoer. Voor een idee waarvoor ik de komende tijd mijn hart, mijn adem en mijn nachtrust zal gaan opgeven.

 

Diezelfde avond rijd ik in mijn jeep langs de rivier Congo op weg naar de Nederlandse ambassade. Op weg naar een wereld met de heerlijke geur van zilver en krokodillenleren portefeuilles. Het is windstil en de rivier ligt erbij als een zwarte spiegel. Ik zal veel moeten converseren, fantaseren en amuseren voor de fine fleur van Kinshasa. Samen met de ambassadeur heb ik een presentatieavond georganiseerd en we laten niets aan het toeval over. We begrijpen dat hoofden en kelen niet te droog moeten zijn voor de opgave die we vragen en er worden genoeg cocktails voor het diner en genoeg wijn tijdens het diner geschonken om een olifant in te kunnen wassen. Ik ben net zoals in mijn vroegere evenemententijd in Den Haag weer op de acquisitietoer. Voor een idee waarvoor ik de komende tijd mijn hart, mijn adem en mijn nachtrust zal gaan opgeven.

 

De film over een 400 jaar oud verhaal dat ik in de taal lingala terugbreng naar de Ba Ngomba stam op km1300 langs de fleuve Congo schoot raak. Mijn woorden raakten het hart. Het ging goed. Er valt ook niet langer meer te wachten. Wachten is roest voor de ziel. Kom op nu! Stuivers van vier cent bestaan niet. Mijn verhaal is nog vers. Vol vuur en heeft de glans van een eerste keer. Niet als een veel geciteerd gedicht, glad en onbruikbaar geworden. Het ging goed. De aanwezige ambassadeurs, de DG’s, de directeuren van hulporganisaties knikten. De rest kijkt en knikt dan ook mee alsof ze een wonder verwachten of toestemming om weer te mogen ademhalen.

 

Je zal Congo nooit helemaal begrijpen maar haar binnenkomst is als een windstoot, de indruk die ze geeft als een wervelstorm van sjaals en goud.

 

Ook een belangrijk congreslid was aanwezig. Die moet ik meekrijgen, wil ik dit spektakel op de Congolese tv krijgen. Dit is de tegenpool van de jongens langs mijn fietsroute van die ochtend. Een kuluna-ba-cravete! Een boef in kostuum. Er doen veel verhalen over hem de ronde. Een ervan is dat hij die extra airport tax van 50$ heeft bedacht die elke vliegtuigpassagier moet betalen, en die vervolgens zelf in zijn zak stopt. Hij ziet er met zijn goudglimmende pak uit als een goedkope sigaar. Een schelm tot in zijn ruggenmerg. Hij lacht wat geforceerd, gekunsteld, en dat vat hem samen als een inhoudsopgave. Hij geeft me een slappe hand, zonder animo. Een blik met een air van zelfgenoegzaamheid. Hij wil me helpen: “Quand vous m’aidez a me rétrouver.” Als u mij ook een golfje geeft, betekent dat. Zijn interesse was, toen hij de staart van de zin las in mijn presentatie (die waarin de mogelijkheden worden beschreven hoe men kan participeren), wat hij eraan overhoudt. En dat is wat direct op een feestje waar galante gebaren en scherpe bon mots de dienst behoren uit te maken. Ik, die na 25 jaar acquisitie gedaan te hebben als geen ander begrijpt dat de juiste glimlach profijt kan opleveren, weet geen betere reactie dan een grijns als een gebarsten watermeloen.

 

Naast hem zijn vrouw. Zij heeft een grootvader die dertig kinderen heeft bij zeven vrouwen. Als je op de Afrikaanse manier alle neven en nichten broers en zussen noemt, dan heeft ze er vijfhonderd. De hele familie neemt het haar kwalijk dat zij zelf maar drie kinderen heeft. Dat vindt ze genoeg. Het bijzondere aan haar is dat zij de opvoeding en scholing heeft betaald voor vijftien kinderen van familieleden. Diezelfde familieleden bekritiseren haar omdat zij haar man dat Afrikaanse voorrecht van veel kinderen ontzegd. Je zal Congo nooit helemaal begrijpen maar haar binnenkomst is als een windstoot, de indruk die ze geeft als een wervelstorm van sjaals en goud. De hakken die ze draagt zo hoog dat haar enkels ervan trillen. Van haar kan ik het wel hebben dat ze wat flair uitspeelt om haar taken te vervullen. Ik zie die twee, die ik aan mijn kant moet krijgen, niet lang daarna vertrekken. Twee silhouetten die oplossen in de duisternis, omgeven door hun eigen holle lach.

 

De naald is lang en het oog is klein maar het spel is begonnen.

 

Deze acquisitie gaat een taaie klus worden. Ongeveer even moeilijk als met je vingers kwik van een tapijt oppakken. ‘Bewaar je verhalen’ is de kern van mijn actie. Iedereen kan meedoen door met een telefoon zijn verhaal te registreren en in te leveren bij onze tv-mediapartner. Binnenkort wordt mijn film op de Congolese televisie als voorbeeld vertoond. Mijn rol in de volksbeweging die we willen oproepen is slechts die van regisseur die contouren daaraan geeft. Het doel is een boekje voor scholieren met de 26 belangrijkste legendes die daarmee bewaard blijven. En een film op National Geographic om die machtige vertelcultuur onder de schijnwerpers te krijgen. Dat die kids langs Poids Lourds wel zullen denken: “Trots ben ik om een Congolees te zijn!” De naald is lang en het oog is klein maar het spel is begonnen. Bomba Lisapo! Bewaar je verhalen. DING-DONG.

 

Roland Verbiest woont en werkt in de Democratische Republiek Congo. In 2018 verscheen zijn boek Blauw Hout.
Lees hier de recensie van dit boek.

 

Reis verder…