Man in de mangroven

penpunt-pn-bv

Met een kistje vol groenten en fruit zwem ik in de lagune van Conkouati-Douli in Congo. Ik ben op zoek naar Banane. Er is me verteld dat hij zich ophoudt in de mangroven, ergens na de tweede bocht om het eiland. Daar moet ik hem roepen. Als het goed is, weet hij dat er iemand komt. Ik stop op de plek waar ik denk dat ik moet zijn, plant mijn voeten in de zachte drab, en tuur de rand van het eiland af. “BANANE”, roep ik hard, enigszins beschroomd. Mijn stem echoot door de lagune. Tseetseevliegen zoemen rond mijn hoofd. Plotseling kraken de struiken tegenover me en schuiven de takken uit elkaar. Een grote grijze gestalte komt tevoorschijn. Behendig wandelt hij door de bomen naar de laagst hangende tak boven het water en gaat zitten. Met het kistje met eten voor me uit zwem ik naar hem toe.

 

Het is niet voor het eerst dat ik naar dit eiland ga om de chimpansees van eten te voorzien, maar het is wel de eerste keer dat ik Banane in mijn eentje ontmoet. Hij leeft op dit eiland met drie andere chimpansees. Samen met Pépère en Gina is hij hier twintig jaar geleden naar toe gebracht, nadat ze uit de dierentuin van Pointe-Noire werden gered. Sindsdien brengen medewerkers en vrijwilligers van een lokale NGO elke dag 15 kilo aan eten naar het eiland. Ze vormen een hecht groepje, maar als Gina vruchtbaar is, laat Pépère zich gelden als onbetwiste alphaman en mag Banane zich niet in de buurt van Gina vertonen. De geboorte van Gina’s zoon Moana is overigens het bewijs dat hij zich soms toch aan het oog van Pépère kan onttrekken. Pépère is namelijk onvruchtbaar. Maar nu zit Banane uit angst voor zijn rivaal helemaal aan de andere kant van het eiland. Reikhalzend kijkt hij naar wat ik voor hem heb meegebracht. En daarna kijkt hij naar mij.

 

Zijn typische chimpanseegeur, die lijkt op iets tussen een paardenstal en menselijk zweet, dringt diep mijn neus binnen.

 

Ik geef hem zijn bananen, die hij pelt met zijn uitgestoken lippen. Maar als ik hem vervolgens de groenten aanbied, vindt hij mij interessanter. Hij strijkt met zijn enorme vingers over mijn gezicht en ruikt aan mijn voorhoofd. Dan pakt hij voorzichtig maar resoluut mijn hoofd, kantelt het iets, en spert mijn linkeroog wijd open. Ik weet dat dit een onderdeel is van een vriendschappelijke vlooibeurt, maar ik sta aan de grond genageld. Zijn typische chimpanseegeur, die lijkt op iets tussen een paardenstal en menselijk zweet, dringt diep mijn neus binnen. Na de inspectie van mijn oog pakt hij mijn hand om hard op mijn lange nagels te duwen. Pas nadat hij mijn billen heeft bevoeld – die gelukkig in een stevig surfpak zitten – wil hij weer wat eten. Dan kraakt het bos niet ver bij ons vandaan: Pépère is in aantocht. Banane’s alarmbellen rinkelen. Hij propt snel vier sinaasappels als een rij ronde tanden in zijn mond, en met een halve watermeloen in de ene hand slingert hij met de andere haastig het bos weer in.

 

Chimpanseepolitiek

Voor een goed boek over chimpanseepolitiek moet je natuurlijk bij Frans de Waal zijn, maar ik heb er zelf in Congo ook een staaltje van gezien. Ik deed er een tijdje vrijwilligerswerk bij een lokale NGO die mishandelde en verweesde chimpansees opvangt. De meeste van deze mensapen zijn zo beschadigd dat ze niet meer in hun eigen leefomgeving kunnen worden teruggeplaatst. Ze brengen de rest van hun leven in semi-vrijheid door op een eiland in de lagune van Conkouati-Douli. Op drie eilanden leven drie groepen met een alphaman aan het hoofd.

 

Ik zit klaar in mijn duikpak om eten te brengen naar het eiland van Yombe, een indrukwekkende maar vriendelijke chimpansee met één been. Bijna alle vrouwtjes in de groep zijn momenteel vruchtbaar, dus Yombe’s bezitsdrang is groter dan anders. Ewo, een elfjarige jongeman – zoon van Emma – wordt groot. Yombe heeft daar al een tijdje moeite mee. Daarom is Ewo al naar een andere boom gedirigeerd tijdens het voeren, zodat alles rustig verloopt en niemand zich bedreigd voelt.
We beginnen altijd met het geven van de groenten. Pas als ze dat op hebben, krijgen ze fruit. Als we dat niet doen, laten ze de groenten liggen. Omdat Ewo nu apart eten krijgt en hij niet op de gemakkelijkste plek zit, maken we de fout hem alles in één keer te geven. Hij heeft dus al fruit voordat Yombe dat heeft gekregen. Yoko, de dominante vrouw van de groep en Yombe’s favoriet, gaat naast Ewo zitten, die een papaja met haar deelt.

 

Yombe wordt woedend. Hij laat een grijns zien en begint oorverdovend te krijsen als een verwend kind. Stampend en met opgezette haren slingert hij naar Yoko en jaagt haar de mangroven in. Hij beukt met beide vuisten op haar rug. Ewo verdwijnt in de mangroven terwijl de rest van de chimpansees zich op Ewo’s eten stort.

 

Bijna alle vrouwtjes in de groep zijn momenteel vruchtbaar, dus Yombe’s bezitsdrang is groter dan anders.

 

We proberen iedereen weer rustig te krijgen door een kist met fruit neer te zetten op Yombe’s plek. Die komt terug, evenals de anderen, maar Younsala, Yoko’s dochter en even oud als Ewo, blijft bij Ewo die inmiddels ook is teruggekeerd. Dit tot grote frustratie van Yombe, die zich alweer opmaakt voor een nieuwe aanval. Maar dan gaat Yoko op een strategische plek in het water zitten, tussen Ewo en Yombe in. Zij is bang dat Yombe haar dochter onder handen neemt. Ze blijft vlakbij Yombe, en wijkt niet van haar plek. Af en toe steekt ze met een onderdanige grijns op haar gezicht een geruststellende hand naar hem uit. Yombe raakt haar hand nu en dan even aan als gebaar dat het tussen hen wel weer goed zit, maar hij blijft opgefokt. Ondertussen nadert Emma hem van de andere kant, en maakt onderdanige en geruststellende geluiden. Zij wil niet dat hij haar zoon weer aanvalt. Als Younsala uiteindelijk weer bij Yombe komt, wordt hij weer rustig en kan Yoko haar strategische plek verlaten. Nadat Younsala Yombe heeft gegroet, keert de rust terug.

 

In de tussentijd eten de kleintjes wat vijgen. De pit ervan slaan ze tegen de boom zoals ze de volwassenen zien doen met een kokosnoot. Ze houden de pit zelfs op dezelfde manier vast; boven hun hoofd met geopende mond alsof er kokosmelk uitkomt. Het leven neemt zijn gangetje weer.

 

Naakte alphamannen

Hoe langer ik zo dichtbij chimpansees mag zijn, hoe meer moeite ik ermee heb ze als dieren te kwalificeren. Althans, in die zin dat de mens dan in een andere categorie wordt geschaard. Ik wil eigenlijk eerder spreken van soortgenoten, want de gelijkenis is verbluffend. Natuurlijk weten we inmiddels allemaal wel dat we verre familie van elkaar zijn, maar als je door een chimpansee bent gevlooid, als je ze zelf een vlooibeurt hebt mogen geven, en ziet dat hun huid dezelfde is als die van ons, dan realiseer je je dat Desmond Morris terecht sprak over de mens als naakte aap.

 

De eerste week kan ik alleen vanuit een bootje naar ze kijken. Ik moet een week in quarantaine om er zeker van te zijn dat ik niets onder de leden heb waarmee ik hen kan besmetten. En ik moet ze leren kennen, en vooral herkennen. Daar heb ik aanvankelijk veel moeite mee: elke chimpansee onderscheiden van een andere, of ze nu samen zijn, of in hun eentje in de mangroven zitten. Nu kan ik me niet meer voorstellen dat ik dat zo moeilijk vond. Elke chimpansee heeft net zoals elk mens een eigen gezicht met typische kenmerken.
Het is eigenlijk net zoals met zwarte mensen. Daarbij heb ik in eerste instantie ook vaak moeite ze uit elkaar te houden. Dat hebben zij ook bij blanken. Ik kan me erover verbazen dat ze mij soms verwarren met iemand die een andere haarkleur of andere leeftijd heeft. Een Belgische kennis van me werd eens door een Congolees voor Jane Goodall aangezien. “Madame Goodall? C’êtes vous?” werd haar gevraagd. Naast haar hing zelfs een foto van Jane Goodall aan de muur. De man wees naar de foto en werd nog enthousiaster. “Mais oui, c’êtes vous, madame! Bienvenue!” Dat Jane Goodall zo’n 35 jaar ouder is dan mijn kennis, leek hij niet te zien.

 

Het is confronterend om te zien hoe mensen lijken op chimpansees.

 

De zoon van de directeur is vanuit Pointe-Noire met een stel testosteronvrienden naar het vrijwilligerskamp gekomen en gebruikt het als privéterrein voor een eet- en drinkfestijn. Het enige wat er plezierig aan is, is dat hij allemaal eten heeft meegenomen dat wij hier in de jungle al lang niet hebben gegeten. Doordat ik nu al een tijdje dagelijks chimpansees observeer en ik door mijn gebrekkige Frans de gesprekken moeilijk volg (hoewel ik daar in dit geval weinig aan zal missen) bekijk ik ook deze vriendengroep door een andere bril. Het is confronterend om te zien hoe mensen lijken op chimpansees. Eigenlijk ben ik hier niet anders gaan denken over chimpansees, maar eerder over mensen. Iedereen draalt om de zoon, het alphamannetje, likt naar boven en degenen die het alphamannetje willen worden, trappen naar beneden. Wel gericht, want ze weten maar nooit wie ze nog nodig hebben in de toekomst. En wij, de vrijwilligers, hebben net zo’n onderdanige grijns op ons gezicht, maken zelfs dezelfde geluiden, als de alpha ons het eten toegooit dat wij al zo lang niet hebben gehad: wijn, bier, kaas, chocola. Wij vinden het allemaal vreselijke mensen, maar dat schept ook wel weer een band. Een gezamenlijke vijand doet het altijd goed. Vraag maar aan de chimpansees: die zullen dat beamen.

 

Meer Congo-Brazzaville
Reisverhaal: Visumperikelen
Reisverhaal: In de Congolese jungle…
Achtergrond: Congo-Brazzaville in een notendop…
Achtergrond: Conflict tussen mens en olifant…
Boekrecensie: Congo – Redmond O’Hanlon…

 

Reis verder…