Aboriginals

 

Er is geen volk dat zo tot mijn verbeelding heeft gesproken dan de Aboriginals. Als geen ander lijken ze te begrijpen dat ze een onderdeel zijn van een groter geheel, verbonden met al het andere zonder zichzelf te zien als hoogtepunt van de schepping. Tientallen duizenden jaren hebben ze Australië bewoond, zonder ooit noemenswaardige contacten te hebben met volkeren uit andere delen van de wereld. Geen volk dat zich cultureel zo volstrekt autonoom heeft ontwikkeld, dat zo’n unieke kijk heeft op het ontstaan van het heelal, de wereld en haar bewoners. Soms bekruipt me het gevoel dat ze kennis hebben van iets wat wij allemaal zouden moeten weten. Ik probeer iets van ze te doorgronden door het lezen van Aboriginal verhalen. Aboriginals hadden geen schrift, waardoor hun verhalen nooit zijn opgetekend zoals volkeren in de rest van de wereld dat hebben gedaan. Zij zingen hun verhalen het land door. En ze schilderen die verhalen. Wat wij Aboriginal kunst noemen, zijn hun religieuze ontmoetingen met de Droomtijd, het Aboriginal scheppingsverhaal waarin de aarde haar vorm krijgt. In de Aboriginal kunst die je overal in Australië kunt kopen, worden de diepere betekenissen en symbolen overigens weggelaten. Hun geheimen geven ze niet prijs.

 

Het hele land is doordrongen met hun spiritualiteit, de Engelse grasmatten erover ten spijt. Zonder enig respect voor de waarde die de Aboriginals aan het land toekennen, worden er grondstoffen gedolven en golfbanen en wegen aangelegd in en op heilige Aboriginal plaatsen. Wordt de waarde van land in het overgrote deel van de wereld uitgedrukt in geldelijk gewin, voor de Aboriginals is de grond waarop ze zijn geboren onlosmakelijk verbonden met hun ziel, hun rituelen en hun mythen. Mede daarom heeft de kolonisatie van hun land zulke verschrikkelijke gevolgen voor deze mensen: het alcoholisme, de zelfdestructie en de verlorenheid die ze uitstralen zijn het gevolg van het verlies van hun land en dus van de verbondenheid met hun ziel. De laatste jaren zijn stukken land weer overgedragen aan de Aboriginals. Maar als een mijnbouwbedrijf of oliemaatschappij er zijn oog op laat vallen, is er altijd wel een clausule in het overdrachtsdocument te vinden die wat kan afdingen op hun rechten.

 

Onzichtbare muur
Helaas heb ik weinig persoonlijke ontmoetingen met Aboriginals. Aan de welbezochte, toeristische oostkust heb ik er welgeteld zelfs maar één gezien, spelend op een didgeridoo in de haven van Sydney. Af en toe stapt er één in de Greyhound, waarmee ik Australië doorkruis. Het verbodsbord dat in alle bussen hangt – één van de verbodsborden – ‘verboden met blote voeten de bus te betreden’ hangt er speciaal voor hen. Ze worden er op gewezen en de toegang wordt ontzegd als ze blootsvoets willen instappen. Maar toen ik eens met een ontstoken blaar op één blote voet de bus inging, was dat geen enkel probleem. Pas in het Northern Territory, op weg naar Alice Springs, kwam ik ze vaker tegen. Ik zag er schilderijen van Albert Namatjira, een Aboriginal schilder die internationaal geroemd werd om zijn aquarel landschappen die op westerse leest waren geschoeid. Hij kreeg in de jaren vijftig het Australisch staatsburgerschap, dat toen in principe nog niet aan Aboriginals werd toegekend. Dat gebeurde pas in 1967. Hij kon echter niet omgaan met de enorme culturele kloof waarin hij belandde, raakte aan de drank en vervolgens aan lager wal. Ik ben geschokt door de onzichtbare muur tussen de blanke Australiërs en de Aboriginals. Verbijsterd zitten ze op het grasveld voor de kerk in het centrum van Alice Springs, en bekijken de voorbijlopende blanken alsof ze naar een enge 3D-film aan het kijken zijn.

 

In het wild
“Waarom passen ze zich zo slecht aan?” vraagt een Engelse toerist aan de gids in Kakadu, een national park in het noorden van het Northern Territory. De blanke gids wijst de toerist er fijntjes op dat het hun land is, dus dat er van aanpassen niet bepaald sprake kan zijn. Subtiel vertelt hij verder over de geschiedenis van de Aboriginals in het gebied, en over Big Bill Neidjie, een stamoudste en traditioneel eigenaar van noordelijke delen van Kakadu. Als één van de weinige Aboriginals heeft hij enkele van hun heilige verhalen laten optekenen in twee publicaties, omdat hij bang was dat de eeuwenoude kennis die hij bezat verloren zou gaan. Hij legt daarin de nadruk op het belang van de traditionele Aboriginal wijze zijn land te beheren. Of er nog vragen zijn, vraagt de gids als hij klaar is met zijn verhaal over Big Bill. De Engelse toerist heeft er nog één: “Hoeveel Aboriginals leven er nog in het wild?”

 

Gestolen generaties

Een dieptepunt van het blanke superioriteitsgevoel ten opzichte van de Aboriginals is het drama van de Stolen Generations. Van 1918 tot in de jaren zeventig werden Aboriginal kinderen willekeurig bij hun ouders weggehaald. Vervolgens werden ze in weeshuizen of bij blanke pleeggezinnen ondergebracht om ze te ‘beschaven’. Het overkwam kinderen van alle leeftijden: zowel baby’s als tieners werden van de ene op de andere dag uit hun vertrouwde omgeving en van hun ouders weggenomen. De ouders werd niet verteld waar hun kinderen heen gingen, aan de kinderen werd vaak verteld dat hun ouders waren gestorven. De kinderen kregen in hun nieuwe omgeving vaak een Spartaanse behandeling met weinig onderwijs en eten. Veel van hen werden mishandeld en verkracht, en uiteindelijk als goedkope arbeidskrachten ingezet. De bedoeling van de Australische overheid was het uitroeien van de Aboriginal cultuur. Ze gingen ervan uit dat de volbloed Aboriginal uiteindelijk zou uitsterven. De halfbloed zou integreren in lage sociale klassen.

 

Archie Roach
Één van de ongeveer honderdduizend Aboriginals die bij zijn ouders is weggehaald, is zanger Archie Roach. Zoals zoveel van deze mensen belandde hij op jonge leeftijd in de goot en raakte verslaafd aan alcohol. In 1990 nam hij zijn eerste plaat op, Charcoal Lane. Hij zong over het onrecht dat de Aboriginals is aangedaan, onder andere in het nummer Took the children away. Hij kreeg er als eerste songwriter een Human Rights Award voor. Hij werkte samen met artiesten als Bob Dylan, Patti Smith en Joan Armatrading. In Darwin vond ik een folder over Kura Tungar, een avondvullend programma van deze zanger en zijn vrouw, Ruby Hunter – ook van haar ouders weggenomen – in samenwerking met het Australian Art Orchestra dat over een paar maanden in Melbourne zou plaatsvinden. Nu ik enkele maanden later in Melbourne ben – dé festivalstad van Australië – heb ik het geluk één van de laatste kaartjes te kunnen kopen, en deze voorstelling bij te wonen in het Arthouse. Helemaal achterin op het derde balkon met schuin voor me een hinderlijke pilaar hoor ik voor het eerst zijn allerbekendste nummer.

 

 

Sorry

In 1998 werd 26 mei uitgeroepen tot National Sorry Day, een dag om stil te staan bij en spijt te betuigen over al het leed dat de Aboriginals is aangedaan. Het jaar daarvoor werd op die dag het rapport Bringing Them Home uitgebracht en aangeboden aan het Australische parlement. Er kwam steeds meer druk op de regering om openlijk een onmiskenbaar en welgemeend excuus aan te bieden aan de Aboriginals voor de manier waarop zij zijn behandeld. De regering weigerde dit, bang als zij was de weg vrij te maken voor een onoverzienbaar aantal schadevergoedingen. Toenmalig minister-president John Howard had in het verleden wel spijt betuigd, maar weigerde een formeel excuus uit te spreken. Hij vond dat de regering niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de acties van regeringen uit het verleden. Desondanks kende het Hooggerechtshof van Australië in 2007 aan een Aboriginal man die als kind bij zijn ouders was weggehaald een schadevergoeding toe van dertigduizend Australische dollars. Door heel Australië kom ik ludieke acties tegen van Australiërs die ook collectieve verantwoordelijkheid willen nemen voor de slechte behandeling van hun landgenoten. Posters op de ramen met het woord SORRY, neonletters in een tuin die het woord SORRY vormen, op schilderijen in de national galleries en musea worden statements gemaakt.

 

Uiteindelijk biedt Minister-president Kevin Rudd tien jaar later, op 13 februari 2008, zijn excuus aan namens het Australisch parlement.

 

“We apologise for the laws and policies of successive Parliaments and governments that have inflicted profound grief, suffering and loss on these our fellow Australians. We apologise especially for the removal of Aboriginal and Torres Strait Islander children from their families, their communities and their country. For the pain, suffering and hurt of these Stolen Generations, their descendants and for their families left behind, we say sorry. To the mothers and the fathers, the brothers and the sisters, for the breaking up of families and communities, we say sorry. And for the indignity and degradation thus inflicted on a proud people and a proud culture, we say sorry.”

 

Meer Australië
Reisverhaal: De navel van de wereld
Reisverhaal: Birds

 

Reis verder…