Cees Nooteboom- De roeiers van Port Dauphin. Alle Afrikaanse reizen.

 

Mijn kast staat vol reisboeken. Meters en meters kast zijn gevuld met boeken waarin de auteur verhaalt over zijn of haar belevenissen elders in de wereld. Ik koop vrijwel alles over een land als ik er voor het eerst naar afreis. Zo bezit ik tientallen boeken over Hongarije, Portugal, Zwitserland, Argentinië, Spanje, Griekenland, Vietnam, Frankrijk, Italië en Marokko, de landen die ik de afgelopen jaren bezocht. Maar daarnaast lees ik over landen waar ik nog nooit ben geweest en in sommige gevallen nog hoop te komen: Japan, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland en Georgië.

 

Mijn verzameling reisverhalen loopt inmiddels in de honderdtallen. Uiteraard zijn een paar daarvan mij het meest dierbaar, bijvoorbeeld omdat ik ze van de auteur zelf kreeg of omdat ze me vergezelden op een memorabele reis en zwaar gehavend terugkeerden naar hun vast plek in de kast. Een van de boeken hoort bij deze dierbare serie omdat het mijn allereerste reisboek was en daarmee de basis vormde voor deze uit de hand gelopen verzamelpassie: De omweg naar Santiago van Cees Nooteboom. Ik kocht het lijvige reisboek in 1993, toen het net was gepubliceerd en ik zelf – deels alleen – een reis dwars door Spanje zou maken. Ik was meteen gewonnen, zowel voor de reisboeken van Nooteboom als voor het land Spanje, en ben in alle jaren daarna zijn boeken blijven kopen én Spanje blijven bezoeken.

 

Uitgeverij De Bezige Bij heeft een paar jaar geleden veel reisverhalen van Cees Nooteboom bijeengebracht in een aantal prachtige uitgaven. De verhalen verschenen eerder in boekvorm of werden als artikel gepubliceerd in een krant of een tijdschrift. Ze zijn geclusterd naar continent. Zo is er Labyrint Europa – Alle vroege reizen, Scheepsjournaal – Een boek van verre reizen en Avontuur Amerika – Alle reizen. Boeken die in de loop der jaren allemaal een plek hebben gekregen in mijn boekenkast.

 

De roeiers van Port Dauphin – Alle Afrikaanse reizen (dat ik cadeau kreeg van bevriend Griekenland-kenner Daniël Koster die de prachtige foto op de kaft van dit boek maakte) bevat alle reportages en gedichten over Nootebooms Afrikaanse reizen. Het gaat om 26 verhalen. In juli 1960 bezocht de schrijver het continent voor het eerst, toen was hij in Marokko. In de 50 jaar daarna bezocht hij onder meer Tunesië, Gambia, Mali, Madagaskar en Zuid-Afrika. Zelf was ik afgelopen jaar voor het eerst in Afrika, en ook in mijn geval was Marokko de bestemming. Die reis was de aanleiding om dit boek van Nooteboom weer te herlezen.

 

Veel meer dan Europese landen is Marokko een gebied dat veroverd moet worden. 

 

Ondanks het feit dat de schrijver Zuid-Spanje in 1960 al vrij goed kende, en de cultuur in Marokko sterk doet denken aan Andalusië, lees ik dat de reizende schrijver zich in het begin nog erg vreemd voelt in Marokko. “Veel meer dan Europese landen is Marokko een gebied dat veroverd moet worden”, zo schrijft Nooteboom, “omdat men er veel essentiëler de vreemde, de vreemdeling is.”
En ook in Mali, en paar jaar later, mijmert hij over: “… het treiterende besef dat een wezenlijk deel van een samenleving je totaal ontgaat.” Toch blijft hij het continent telkens opnieuw bezoeken. Op een najaarsochtend is het verlangen naar Afrika zelfs zo groot, dat hij op een luchthaven in Spanje op zoek gaat naar een ticket naar een willekeurig Afrikaans land. Want ook al is Afrika vreemd voor hem – want hij kan er niet zoals in Spanje echt met mensen praten – is die vreemdheid tegelijkertijd opwindend.
Vroeger toen hij zes was, zo vertelt Nooteboom, lag er voor zijn huis in Rijswijk een stukje verwilderd terrein dat hij ‘het Landje’ noemde. Dat was een geheimzinnig gevaarlijk gebied dat hij met zijn angsten en fantasieën kon vullen. Hij ervaart hetzelfde nu hij volwassen is. “Dingen zien die je niet begrijpt, tekens die je niet kunt lezen, een taal die je niet verstaat, een godsdienst die je niet wezenlijk kent, een landschap dat je afwijst, levens die je niet zou kunnen delen. Ik ondervind dat nu, vreemd woord, als een weldaad. De schok van het totaal onbekende is van zachte wellust gemaakt”. De schrijver legt uit dat hem vaak wordt gevraagd waarom hij zoveel reist. Hij denkt zelf omdat de wereld nu voor hem dat landje geworden is. 

 

De maaltijd kost niets, en dat is maar goed ook, want we krijgen ook nauwelijks iets.

 

Het levert prachtige verhalen op, waarin Nooteboom vaak niet veel meer doet dan zitten, rondlopen, een glaasje drinken, iets eten en met iemand praten. Geen spectaculaire belevenissen of heftige gebeurtenissen. Maar dan is de schrijver op z’n best, in al zijn eenvoud: “De maaltijd kost niets, en dat is maar goed ook, want we krijgen ook nauwelijks iets.” Dat was in Gambia.
Wat me nog niet eerder opviel aan zijn taalgebruik, is dat hij de kleuren die hij ziet, zo prachtig omschrijft: ‘het moddergele hotel’, ‘de volkorenbruine huiden’, ‘het lelieblanke hotel’, ‘de maanwitte schelpen’, ‘een pauwblauwe sportwagen’, ‘de zinkkleurige wolken’ en misschien wel de mooiste: ‘de schapenkleurige grond’.
In de laatste bijdrage uit 2010 vraagt Nooteboom zich – ondanks de vele reizen – af of hij nu werkelijk in Afrika is geweest. Hij besluit dat dit niet het geval is. “Het gevoel dat ik heb is dat van een mot die op het licht is afgevlogen, een donker licht, de onmogelijke tegenstelling die aantrekt en angst aanjaagt.”

 

Cees Nooteboom – De roeiers van Port Dauphin
1e druk: 2012
ISBN: 9023466713

 

Meer reisboeken…