Ondertussen in Antananarivo

Geplaatst in: Madagaskar | 0
Antananarivo

door Beer Visser

Het is onrustig in Antananarivo. Niet ver bij het hotel vandaan hoor ik gejoel en ontploffingen, maar daar besteed ik aanvankelijk weinig aandacht aan. Er is altijd veel lawaai in Afrikaanse steden. Maar als ik even later het hotel wil verlaten, zijn de hekken met een dik kettingslot gesloten. Buiten staat een menigte mensen naar de overkant te kijken waar zicht is op de lagergelegen Rue de l’Indépendance. Er stijgt rook op en ik hoor schoten. De hotelmanager adviseert me met klem in het hotel te blijven.

 

In november gaan de Malagassiërs naar de stembus. Zoals in de meeste Afrikaanse landen wil de huidige president, Hery Martial Rakotoarimanana Rajaonarimampianina, zo lang mogelijk in het zadel blijven zitten. En dan is het nodig om het je potentiële tegenstanders zo moeilijk mogelijk te maken. Daarom heeft hij er samen met zijn politieke vrienden 44 wetswijzigingen doorgedrukt – die heel veel onduidelijkheden oproepen – en een nieuwe kieswet ingevoerd. Deze wet maakt het onafhankelijke politici praktisch onmogelijk zich kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen. Om deel te nemen aan de verkiezingen zijn ze verplicht toe te treden tot één van de belangrijkste politieke partijen of moeten ze worden gesteund door minstens 150 gekozen afgevaardigden.
Daarom organiseert een aantal oppositieleden deze dag een demonstratie, die eerder werd verboden door de prefect. Desondanks zijn duizenden mensen naar het centrum van Antananarivo gekomen om hun ongenoegen te uiten. Er zijn ordetroepen aanwezig die met traangasgranaten de menigte uiteen proberen te drijven, en er worden schoten gelost. Ik hoor de hele ochtend dat er semi-automatische wapens worden afgevuurd. De demonstranten gooien met stenen. Af en toe rennen er paniekerige mensen door de straat van het hotel. Ze gaan in zijstraten staan wachten tot het weer veilig genoeg is door te lopen. Ik neem het advies van de manager ter harte en blijf in het hotel.

 

Een paar uur later voel ik me vreselijk beroerd. Ik lig in bed en heb totaal geen energie. Tot overmaat van ramp gaan ze in de hotelkamer boven mij met een klopboor aan de slag. Het is één van die momenten waarop ik me afvraag waarom ik in godsnaam aan deze reis ben begonnen.
Dan appt Chico, die in een hotel buiten het woelige centrum verblijft. Hij stelt voor naar zijn hotel te komen waar het veilig en veel gezelliger is. Met alle kracht die ik nog heb, pak ik mijn bagage bij elkaar en vind ik een taxi die bereid is me via een omweg het centrum uit te rijden. Met 39 graden koorts kom ik aan.

 

De volgende dag gaat het iets beter. Met mij althans, want ik lees dat er gisteren drie doden zijn gevallen waaronder twee kinderen, en twintig gewonden. De regering verklaart dat er ‘slechts’ met rubberkogels is geschoten; de ziekenhuizen melden kogelwonden. En ook vandaag zijn er weer rellen in het centrum. Vreemd genoeg krijgen we hier, aan de andere kant van de heuvel, helemaal niets van mee. Net zoals de rest van de wereld, want ik ga hard op zoek naar meer nieuws maar dat is bijna niet te vinden. “Het kan niemand schelen wat er in Madagaskar gebeurt,” zegt Fanja, de eigenares van dit hotel, berustend. Ze waarschuwt ons om ook morgen het centrum te mijden. Er is voor de derde dag op rij een manifestatie aangekondigd, deze keer om de slachtoffers te gedenken.

 

Dinsdag 24 april keert de rust weer terug in de straten van Antananarivo. De inwoners gaan weer over tot de orde van de dag. Ze hebben weinig vertrouwen in een goede afloop en eerlijke verkiezingen, maar lijken zich daar nu al bij te hebben neergelegd. Het zal niet de laatste keer zijn geweest dat er onlusten uitbreken op weg naar de verkiezingen. Ik vraag me af hoeveel slachtoffers er moeten vallen voordat het de rest van de wereld wat kan schelen.