Apenzaken

 

Het woud van Diani, aan de kust van Kenia, was ooit een unieke wildernis met een uniek ecosysteem. De flora is aangepast aan een ondergrond van gefossiliseerd koraalrif waardoor de wortels minder diep de grond in groeien dan landinwaarts het geval is. Deze flora heeft ook gezorgd voor uitzonderlijke dieren. Eén van die dieren is een ondersoort van de Angolese zwart witte franjeaap. Naast deze aap leven er ook dieren die je in grote delen van Afrika tegenkomt: groene en blauwe meerkatten, bavianen en de bush baby, die ’s nachts actief is. Ze hebben allemaal te lijden door habitatverlies en de conflicten die ze daardoor krijgen met de lokale bevolking. Maar de franjeaap wordt het meest bedreigd.

 

Deze aap is volledig aangepast aan dit specifieke kustwoud, dat loopt vanaf het zuiden van Mombasa tot de noordelijke hooglanden van Tanzania. Het is een echte boombewoner, die oorspronkelijk uitsluitend in het bladerdek leeft. Zijn handen zijn zo geëvolueerd dat zijn vingers de vorm hebben van een natuurlijke haak waarmee hij soepel en snel door de bomen kan slingeren. Hij heeft geen duimen. Overigens kwam hij voorheen voor van Noord-Somalië tot het zuiden van Mozambique. Maar door de grondige ontbossing van het gebied is alleen hier nog een stuk van het oorspronkelijke woud over. In Kenia leven nu nog slechts tussen de 3.000 tot 5.000 van deze soort franjeapen. Diani is jaren geleden ontdekt door de toeristensector. Daardoor wordt ook dit laatste bos stukje bij beetje omgehakt om plaats te maken voor hotels en andere toeristenfaciliteiten. De franjeaap ziet zijn laatste leefgebied voor zijn ogen opgeknipt worden in steeds kleinere stukjes oerwoud. In de afgelopen 25 jaar is 75 % van het bos verdwenen.

 

Klungels
Het woud wordt doorsneden door Diani Road, een weg die helemaal naar Tanzania loopt parallel aan het strand. De franjeaap ziet door deze weg zijn verknipte leefgebied ook nog eens in tweeën gehakt. Hij wordt daardoor gedwongen het bladerdek te verlaten om de weg over te steken. De franjeaap is zo gewend aan het leven in de bomen dat hij zich op de grond een stuk klungeliger voortbeweegt dan de meeste andere apen. Diani Road maakt ook slachtoffers onder andere dieren, maar het aantal dodelijke franjeapen is door hun klungeligheid relatief aanmerkelijk hoger. En als ze het ongeluk overleven en worden opgevangen, dan is de kans groot dat ze alsnog overlijden. Franjeapen hebben, in tegenstelling tot  bavianen en meerkatten, weinig interactie met mensen. Bovendien hebben ze een uitgekiend dieet van de bladeren van de bomen van het kustbos.
Nog een ander probleem voor de franjeapen zijn de elektriciteitskabels die door het woud zijn aangelegd. Deze ongeïsoleerde kabels lopen dwars door het bladerdek en worden door de apen gebruikt om van boom tot boom door het bos te slingeren. Hierdoor worden ze regelmatig geëlektrocuteerd. Als ze geluk hebben, pakken ze de hoofdkabels van 22.000 volt en zijn ze op slag dood. De minder gelukkigen pakken de kabels van 240 volt waardoor hun ledematen verbranden en/of geamputeerd worden. Zij sterven een gruwelijke en pijnlijke dood.

 

Om het aantal verkeersslachtoffers te verminderen, werd de ‘colobridge’ bedacht.

 

Door de jaren heen zijn er oplossingen bedacht die de problemen niet wegnemen, maar het aantal slachtoffers wel aanzienlijk hebben gereduceerd. Om het aantal verkeersslachtoffers te verminderen, werd de ‘colobridge’ bedacht: een eenvoudige maar efficiënte brug die over Diani Road aan weerszijden tussen twee bomen wordt gespannen. Zo krijgen de apen de mogelijkheid de weg over te steken zonder de bomen te verlaten. Van deze bruggen wordt opmerkelijk veel gebruikgemaakt. Niet alleen franjeapen nemen de brug, ook de meerkatten, eekhoorns en bush babies. Er hangen zo’n dertig bruggen verspreid boven Diani Road.

 

De beste oplossing voor het elektrocutieprobleem is natuurlijk het isoleren van de kabels. Dat is echter aan de Kenia Power and Lighting Company. Om het aantal elektrocutieslachtoffers te beperken, worden daarom de bomen gesnoeid op plekken waar de kabels hangen. Hierdoor kunnen de apen niet tegelijkertijd een kabel en een tak te pakken krijgen zodat ze niet onder stroom komen te staan. Eén keer per week wordt er een gebied onder handen genomen. De KPLC haalt de stroom dan tijdelijk van de daar aanwezige kabels af, zodat er zonder gevaar bij de kabels kan worden gewerkt. Het aantal elektrocuties is hiermee aanzienlijk afgenomen.

 

Het lot van deze dieren ligt hiermee in de handen van een kleine groep toegewijde Kenianen die wordt bijgestaan door vrijwilligers.

 

***

Hooligans van het woud

In Kenia worden bavianen vaak als ongedierte gezien. Ze struinen vuilnisbelten af op zoek naar iets eetbaars, rennen achter je aan om je tas met boodschappen af te pakken, en lijken moedwillig vernielzuchtig. Een groep bavianen komt twee keer per dag langs om te foerageren bij de NGO waarvoor ik aan het werk ben: bij zonsopkomst en in de namiddag om een uur of vijf. Stipt om zes uur ’s ochtends hoor ik de eerste plof op het dak: het eerste bavianenjong kondigt de rest van de troep aan. Door het raam van het toilet zie ik dat het dak alweer vol zit met spelende bavianenkinderen. Eén ervan pakt de punt van het nieuwe makuti-dak dat er gisteren zo mooi door één van de Kenianen is opgezet, en draait die hardhandig in het rond totdat die afbreekt. Verderop zit de rest van de troep. Op de hoop zand die we straks met cement gaan vermengen om extra wc’s te bouwen, spelen de allerkleinsten. Eromheen zitten de moeders elkaar te vlooien. Pubermeisjes ontfermen zich over de kleintjes. Ze lokken ze met smakkende lippen om ze vervolgens in een soort krampachtige houdgreep te omhelzen. Daaromheen zitten de mannen. De alphaman overziet het geheel vanaf een afstandje, één hand op een boomstronk als een koning op zijn scepter. Wijdbeens. Krabt zich loom.

 

Ik maak mijn ontbijt en loop naar de veranda om het daar op te eten. Maar ook de veranda is in bezit genomen door de bavianen. De laatsten van ons die gisteravond op de veranda zaten, hebben niet opgeruimd. Er staan nog asbakken en lege bierflesjes, en – en dat is nu echt even een probleem – ze hebben de waterpistolen niet binnen gelegd. Deze waterpistolen zijn het enige middel waarmee we de apen kunnen wegjagen. Eén harde waterstraal en ze maken zich uit de voeten; zelfs wijzen naar een waterpistool binnen handbereik is al genoeg. Maar nu liggen ze dus buiten, bij de bavianen. Ik kijk door de traliedeur naar de veranda. Een mannetje, een puber nog, ligt languit op de bank en houdt een bierflesje aan zijn mond. Een ander mannetje speelt met een waterpistool. Onze blikken kruisen, en ik zou zweren dat hij me uitlacht. Ze blijven nog even hangen, smijten wat flesjes in het rond, legen een asbak op de grond en lopen dan op hun gemak zij aan zij nonchalant met de staarten omhoog de tuin in.

 

 

Ik zie drie verschillende apensoorten met elkaar spelen.

 

Als ik even later door het bos van Diani loop, ben ik getuige van iets uitzonderlijks. Tussen de bomen zie ik een jonge franjeaap spelen met een blauwe meerkat. Hij slingert om een boom, en laat zich aan de ene kant, dan weer aan de andere kant zien als een soort kiekeboe. De meerkat rent en springt hem tegemoet. Een paar minuten later komen er nog twee groene meerkatjes bij. Ik zie drie verschillende apensoorten met elkaar spelen. Ik haal mijn Engelse vrienden erbij, en we staan er met verbazing naar te kijken. Totdat ze ineens allemaal tegelijkertijd de bomen instuiven. Twee minuten later komen er twee bavianen aangewandeld. Blijkbaar hebben die ook bij de andere primaten hier zo’n slecht imago.

 

Meer Kenia
Reisverhaal: Gevangenishotel in Mombasa

 

Reis verder…