Hoi An in beeld

 

 

In Vietnam zou je eigenlijk weken of maanden moeten kunnen rondreizen. Het land is maar liefst 1650 kilometer lang, is in het noorden zo’n 600 kilometer breed en heeft een kustlijn van 2500 kilometer. Je vindt er miljoenensteden als Hanoi en Ho Chi Minh (voorheen Saigon), prachtige heuvel- en berglandschappen, witte stranden met palmen, en een rijke gevarieerde geschiedenis en cultuur.

 

Wij beperkten ons deze eerste keer tot het stadje Hoi An, in het midden van het land gelegen, vlakbij de stad Danang. Volgens velen is Hoi An de mooiste plek van heel Vietnam. Vanwege de rijke historie en het feit dat zoveel historische gebouwen bewaard zijn gebleven, is de stad sinds 1999 opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Onze mening na deze reis? Het is een prachtig stadje, geweldig interessant door de verschillende culturen die hier in de loop van de eeuwen samen zijn gekomen, je kunt er geweldig goed eten, goed vertoeven op het prachtige strand en prima op een huurfiets de omgeving verkennen. Ook is Hoi An het kleermakerscentrum van Vietnam. Nergens vindt je meer stoffenwinkels en naaiateliers dan hier. Daarnaast blinken de ambachtslieden van Hoi An uit in de productie van houtsnijwerk, zijden lampionnen, lakwerk. Dus vertrek net als wij met een lege koffer.

Hoi An was eeuwen geleden een belangrijk internationaal handelscentrum. Japanners en Chinezen bouwden er in de 16e en 17e eeuw hun eigen wijken. In de 17e en 18e eeuw werd Hoi An een van de belangrijkste handelsposten in Zuidoost-Azië en kwamen er naast de Japanners, Indiërs, Chinezen en Thai ook Portugezen, Nederlanders, Engelsen en Fransen om hier handel te drijven. Veel handelshuizen, gemeenschapshuizen, pagoden, tempels uit die welvarende periode hebben de tand des tijds overleefd.
De tempel met de vier roze pilaren is de beroemde Hoi Quan Quang Don, de hal van de Kantonese gemeenschap.

De kleurrijke Centrale Markt is een lust voor het oog. Op de oever van de Thu Bon-rivier staan de stalletjes met allerlei soorten verse vis, kruiden en specerijen, fruit en groenten, levende kippen en kalkoenen. Alles uitgestald in prachtige rieten manden en kleurrijke plastic schalen.

In de hoofdstraat Tran Phu vindt je vele winkeltjes met de typische Vietnamese lampionnen, gemaakt van een bamboe frame, omspannen met geverfd rijstpapier, meestal voorzien van een pluimpje onderaan. Vooral ’s avonds, als veel van deze lampionnen worden aangestoken, geeft dat in een sprookjesachtige sfeer in het stadje.


De Japanse invloed is nog overal in de stad terug te vinden. Deze brug is eind 16e eeuw gebouwd door de Japanners. het is een van de weinige overdekte houten boogbruggen die er in het land nog te vinden zijn.

Overal in de stad zitten vrouwen op een piepklein plastic krukje op straat met schalen, pannen en een brander. Ze verkopen ter plekke bereid warm eten of thee. De vrouw op de kade van de rivier was klaar met haar werk en keerde huiswaarts met haar mobiele keukentje.

Naast de prachtige historische gebouwen in het oude centrum, de vele eettentjes, winkels en markten, is er natuurlijk ook het Hoi An van de gewone inwoner. Opvallend zijn de grote kleurrijke borden bij scholen en ziekenhuizen. En prachtig vonden wij ook deze Vietnamese versie van de ‘Schijf van Vijf’.



Ook dit is Hoi An. Het stadje ligt niet direct aan de kust maar 5 kilometer landinwaarts. Wij huurden een fiets en reden langs de rivier, vele rijstvelden en garnalenkwekers naar het prachtige witte strand van Cua Dai vol palmbomen. Aan de kust zijn de afgelopen jaren vele dure ressorts verrezen, die gelukkig wel in traditionele stijl met veel hout en grote veranda’s zijn gebouwd.


 

Reis verder…